Tokyo ligt er
geheel bewegingloos bij:
mijn eerste aanblik
tōkyō ga / jitto shite iru / hatsukeshiki
東京がじつとしてゐる初景色
aangezwommen
weet zij een vruchtachtig
woord te werpen
oyogi-kite / kajitsu no yō na / kotoba nagu
泳ぎ来て果実のやうな言葉投ぐ
Dat ‘zij’ is puur een aanname van mij; het Japans is niet specifiek over wie er gooit.
de reis voorbij
en sindsdien aan de B-kant ervan
zomervakantie
tabi oete / yori B-men no / natsuyasumi
旅終へてよりB面の夏休み
bijeengeveegd
stof waaruit iets opduikt
een winterse bij
hakiyosete / chiri no naka yori / fuyu no hachi
掃き寄せて塵の中より冬の蜂
Nakamura Sonoko 中村苑子, Baba Akiko 馬場あき子 en Shinkawa Kazue 新川和江, red., Josei sakka shirīzu 24: gendai shiika 女性作家シリーズ 24: 現代詩歌集 (Tokyo: Kadokawa Shoten, 1999), p. 158.
Deze haiku komen uit de debuutbundel van de haiku-dichter Mayuzumi Madoka 黛まどか (1965), Zomer aan de B-kant (B-men no natsu B面の夏, 1994). Na haar afstuderen ging ze werken voor een bank en leerde in die periode de poëzie van Sugita Hisajo 杉田久女 (1890- 1946) kennen. Dat deed haar besluiten zelf haiku te gaan schrijven. Met die eerste bundel won zij meteen een prijs.
Toen zij in de dertig was ondernam Mayuzumi lange, meditatieve wandeltochten. In 1999 liep zij de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port (zo’n achthonderd kilometer); in 2001 liep zij in Korea de bijna vijfhonderd kilometer van Busan in het uiterste zuiden naar de hoofdstad Seoul. ‘Lopen en dichten, lopen en schrijven’ (aruite yomu, aruite kaku 歩いて詠む・歩いて書く) is haar mantra, aldus de blurb op de website van haar uitgever.
een reiziger
laat heus sporen na
tweede bloei
tabibito ni / michi tsuite yuku / kaeribana
旅人に道蹤いてゆく帰り花
Deze haiku vind ik erg lastig, omdat ik vermoed dat Mayuzumi hier een ingewikkeld woordspel speelt. Er bestaat het spreekwoord ‘juist als je sluipt, laat je je sporen na’ (nukiashi sureba michi tsuku 抜き足すれば道付く), wat zo veel wil zeggen als: juist als je iets geheim probeert te houden raakt het bekend. (Dat Mayuzumi [michi-)tsuku op een ongebruikelijke manier schrijft, namelijk met een karakter dat ‘voetsporen’ betekent [ato 蹤 — dat je niet geacht wordt te lezen als tsuku] zal zij zeer bewust gedaan hebben). ‘Tweede bloei’ is mijn vertaling voor kaeribana 帰り花. Dat slaat inderdaad op het fenomeen dat een plant voor een tweede keer in het seizoen bloeien kan, maar ook —en dat werkt in het Nederlands gelukkig ook— op een herstart van een carrière. Wel is de associatie bij dat laatste in de eerste plaats met een ooit vrijgekochte sekswerker of geisha die weer terugkeert naar haar oude beroep, dus niet noodzakelijk iets om vrolijk van te worden. Een meer letterlijke vertaling van deze haiku zou zijn: ‘een tweede bloei die sporen achterlaat in een reiziger’. Intrigerend.
een vallende ster
geen idee waarheen ze leidt
deze verliefdheid
nagareboshi / yukue shirezu no / koi o shite
流星や行方知れずの恋をして
Deze laatste twee haiku staan in Mayuzumi’s bundel Mijn mooiste kimono (Hanagoromo 花ごろも, 1997). Ik neem aan dat de titel van de bundel een verwijzing is naar de poëzie van Sugita Hisajo en het door haar opgerichte, gelijknamige haikutijdschrift.
[8 februari 2026] In het Engels is er van Muayzumi’s hand een bundel met 111 haiku, allemaal over Kyoto waar zij graag verblijft. Het geheel is iets te zoet naar mijn smaak, maar elke haiku gaat gepaard met een toelichting door Mayuzumi zelf. Dat is dan wel weer aardig, want het onderstreept hoe haiku vaak voortkomen uit ontzettend specifieke situaties.
- Madoka Mayuzumi, Kyoto Haiku, vert. Tyler Kolktak (z.p.: Mayzumi Madoka Office, 2024; druk en verspreiding: Amazon).
De foto’s tonen de B-kant (of ‘kant 2’) van twee willekeurige muziekplaten.