harakiri
.
kersebloesems zijn aan het vallen
ooit heb ik
de seppuku-fetisjist heer O. ontmoet en vroeg hem
wie zoal
bijvoorbeeld van alle acteurs, wie zoal
zou u seppuku willen laten plegen?
daarop antwoorde de heer O.
hmm, tja, daar heb ik eigenlijk nog niet over nagedacht, nietwaar
sprak hij
de armen gevouwen
de blik omhoog gericht
hmm
bromde hij nog eens
toch Oki Masaya, nietwaar
sprak hij
zijn gezicht toen hij van het Keio Plaza Hotel sprong vond ik allang daarvoor al prachtig
dus zijn gezicht wanneer hij seppuku pleegt
kan ik zo voor me zien
hoe zou u Oki Masaya
op welke manier
dit terwijl ik me Oki Masaya voorstel die in het witte doodskleed
van Heer Asano, Hoofd van het Bureau voor Timmerwerk, seppuku pleegt
toen ik hem daarnaar vroeg
zei de heer O.
naakt, en rechtopstaand, nietwaar
en de plaats, waar zou u
hmm, een begraafplaats, nietwaar
kersenbloesems vallen
een begraafplaats, nietwaar, waar kersenbloesems vallen
als u naakt zegt, bedoelt u dan helemaal naakt?
nee, hij draag natuurlijk een lendendoek
die zijn hele erogene zone bedekt
penis, bilnaad, anus
kersenbloesems vallen
op de begraafplaats staan overal stupa-stèles
hèhè, ’t is toch wat pervers, laten we het hier maar bij houden
ik vroeg hem weer
dus u wilt Oki Masaya een pijnlijke dood laten sterven, of … ?
inderdaad, ik wil hem laten lijden, hij moet een langzame, pijnlijke dood sterven
want hij is mijn evenbeeld
sprak de heer O.
daarna trok hij zijn witte lendendoek aan, stond op
en sneed zijn buik open
seppuku dient fraai te zijn, vindt hij
seppuku is mannenesthetiek, toch, vindt hij
kersenbloesems, vindt hij
kersenbloesems in volle bloei, vindt hij
kersenbloesems in volle bloei dienen te vallen, vindt hij
Ik wil sterven nu ik nog mooi ben, vindt hij
over enkele jaren zou hij zestig worden
seppuku, dat is Heer Asano, Hoofd van het Bureau voor Timmerwerk, vindt hij
Mishima Yukio is hem te vlug af geweest, vindt hij
op een begraafplaats staan stupa-stèles, vindt hij
seppuku, dat is kersenbloesems
vindt hij
hèhè, ’t is pervers, toch wat, sprak hij
bij bushidō horen kersenbloesems, vindt hij
samurai zijn altijd op zoek naar een plaats om te sterven, vindt hij
ik ben vergeten te vragen of een van zijn voorvaders een samurai was
pijn wordt plezier als je maar eindeloos oefent, vindt hij
dat is waarom ik eindeloos oefen, sprak hij
(masturbeert)
het zou wel te gek zijn als ik seppuku plegen kon terwijl ik een vrouw aankijk, nietwaar
(masturbeert)
samurai
(masturbeert)
hèhè
(masturbeert)
kersenbloesems
(masturbeert)
kersenbloesems vallen
(masturbeert)
’t is pervers, nietwaar
.
Dit gedicht bevat citaten van de heer Maebashi uit Billy Boy.
.
ハラキリ
.
桜が咲いています
わたくしは
切腹マニアのO氏にお会いしてたずねたことがあります
どんなひとに
たとえば俳優ならどんなひとに
切腹させたいとお考え
になりますか
するとO氏は
ううむそうですなあ、考えたことがないから
とおっしゃって
腕を組まれ
上を向いて
ううむ
ともうひとつうなられて
沖雅也でしょうなあ
とおっしゃいました
わたしは京王プラザ から飛び降りた彼の顔が彼の生前からずっと以前から
好きでしたから
だからそくざにその切腹する彼の顔を
思いうかべることができます
沖雅也にはどうやって
どういうふうに
内心わたしは白装束の
浅野内匠頭の状況で切腹する沖雅也を思いながら
そうたずねましたら
裸で、立ち腹でしょうなあ
とO氏はおっしゃいました
では場所はどこで
とわたくしはさらに
ううむ、墓場ですなあ
桜の散っている
墓場ですなあ、桜の散っている
その裸というのはすっ裸なのでしょうか
いや、もちろんふんどしです
陰茎、蟻の門渡り、肛門
性感帯のすべてに密着したふんどしです
桜が散っている
墓場には卒塔婆が立ち乱れている
はは、いささか滅奇的ですが、ここはもう、そういうことで
では沖雅也にはうんと苦しませて死なせますか、それとも
とわたくしはさらに
それはやはり苦しませて、長い間苦悶させて死なせたい
やはり私の写し絵でしょうから
とO氏はおっしゃいました
そしてそのあと、白いふんどし姿になり
立ち腹を切られました
切腹は美しくあるべきと氏はお考えです。
切腹はやはり男の美学でしょうなあと氏はお考えです
桜と氏はお考えです
満開の桜と氏はお考えです
満開の桜は散るべきと氏はお考えです
やはり美しいうちに死にたいと氏はお考えです
氏はあと数年で六十歳になられます
切腹は浅野内匠頭と氏はお考えです
三島由紀夫にはヤラレタと氏はお考えです
墓場には卒塔婆と氏はお考えです
切腹には桜と
氏はお考えです
はは、猟奇的ですなあ、いささかと氏はおっしゃいました
武士道には桜と氏はお考えです
さむらいはつねに死に場所を探しておると氏はお考えです
氏の先祖がさむらいだったかどうかわたしは聞きもらしました
鍛練しさえすれば痛みは快感と氏はお考えです
ですから鍛練しておるのですと氏はおっしゃった
(オナニーする)
女性と向かいあって切腹できたら最高でしょうなあと
(オナニーする)
さむらい
(オナニーする)
はは、
(オナニーする)
桜
(オナニーする)
桜はなちる
(オナニーする)
猟奇的ですなあ
.
BILLYBOYにおける前橋氏のことばから引用参照箇所あり
Itō Hiromi shishū 伊藤比呂詩集 (Tokyo: Shichōsha, 1988), p. 82-84. Oorspronkelijk in de bundel Teritorī ron 1 テリトリー論1 (‘Over territorium 1’, 1987) en voor het eerst gepubliceerd in 1985 in het mei-nummer van Gendaishi techō 現代詩手帖. Alleen in de titel van dit gedicht wordt het woord ‘harakiri’ gebruikt, dat de westerse ‘vertaling’ is van het Japanse seppuku 切腹. Beide woorden betekenen letterlijk ‘buik-snijden’ en slaan op de rituele zelfmoord van samurai. Oki Masaya (1952-1983) was een populaire film- en televisieacteur die vaak macho-types speelde; hij maakte in 1983 een eind aan zijn leven door van de zevenenveertigste verdieping van het Keio Plaza Hotel in Tokyo te springen. Asano Naganori (1667-1701), die als heer (daimyō) van Akō geëerd was met de ambtstitel ‘Hoofd van het Bureau voor Timmerwerk’ (takumi no kami), maakte de fout in het shogunaal paleis zijn zwaard te trekken toen hij beledigd werd. Hij werd vervolgens gedwongen seppuku te plegen. Zevenveertig van zijn samurai wisten in de winter van 1703 zijn dood te wreken. Op hun begraafplaats staan kersenbloesems geplant, indachtig het spreekwoord ‘Van de bloemen [zijn] de kersenbloesems [het prachtigst], van de mensen de krijgers’ (hana wa sakura, hito wa bushi). Deze zevenveertig rōnin (samurai zonder heer) zijn binnen de kortste keren uitgegroeid tot het cliché-voorbeeld van de bushidō, of ‘de weg van de krijger’. Mishima Yukio (1925-1970) is een van Japans beroemdste naoorlogse schrijvers; hij pleegde seppuku na een mislukte gijzelingsactie op het hoofdkwartier van de Japanse Zelfverdedigingsmacht. Een sotoba 卒塔婆 (‘stupa-stèle’) is een houten lat die een stupa symboliseert (het woord is in feite een vertaling van het Sanskrit stūpa) en waarop een boeddhistisch gebed geschreven staat (typisch ‘Geloofd zij de Boeddha Amitābha’, Jp. namu amida butsu). Je treft ze altijd aan op boeddhistische begraafplaatsen. Meneer O. eindigt zijn zinnen in het Japans voortdurend met het stopwoord nā なあ. Ik vertaalde dat met ‘nietwaar’. Daarover valt natuurlijk te twisten, maar hoe dan ook: na of nā aan het eind van een zin is een wat emotionele manier om in conversatie bevestiging bij de luisteraar af te dwingen.
Een oudere versie van deze vertaling verscheen in: Deus ex Machina: Tijdschrift voor actuele literatuur 110 (2004), p. 67-68. (Dat was weer bewerking van een eerste versie, in een stukje van me voor een studentenblad: ‘Mannenesthetiek? Een schop onder je hol kan je krijgen’, Tanuki Journal 00-01: 7 [2001], p. 5-7.)

Toen ik dit gedicht van Itō Hiromi 伊藤比呂美 (1955) een kwarteeuw geleden voor het eerst las was ik gefascineerd door het bezwerende ritme ervan dat een prettig-ontnuchterende kijk ontvouwt op mannelijke obsessies met stoïcijnse krijgshaftigheid. Dat lijkt me nog steeds geen rare lezing.
Itō’s eigen aantekening dat dit gedicht ‘citaten van de heer Maebashi uit Billy Boy’ bevat zag ik wel, maar negeerde die omdat de titel Billy Boy me niets zei; ik liet die aantekening dan ook weg uit de vertaling die ik van het gedicht maakte. Dat is niet mooi natuurlijk, maar ik dacht daarover verder niet na. Dat wil zeggen, ik ging er destijds voetstoots vanuit dat ‘de heer O.’ (O-shi O氏) door Itō verzonnen was. Bij wie ‘de heer Maebashi’ (Maebashi-shi 前橋氏) kon zijn —of ‘mevrouw Maebashi’, want het Japans maakt geen genderonderscheid bij naamsuffixen als –san さん, –sama 様, of –shi 氏, enz.— stond ik geen seconde stil.
Regelmatige lezers van dit blog voelen hem misschien al aankomen: dat was kortzichtig van me. Wél weten wie meneer Maebashi was blijkt nogal uit te maken voor de leeservaring van dit gedicht.
Itō’s gedicht ‘harakiri’ werd voor het eerst gepubliceerd in 1985 in het mei-nummer van het gerenommeerde poëzietijdschrift Gendaishi techō 現代詩手帖 (‘Blocnote moderne poëzie’). In diezelfde maand verscheen het mei-nummer van het tijdschrift Billy Boy BILLY ボーイ, een publicatie van uitgeverij Byakuya Shobō 白夜書房 in Tokyo. Billy Boy was een maandelijks ‘volwassenenblad’ (adaruto zasshi アダルト雑誌) dat maar kort bestaan heeft (van december 1984 tot augustus 1985); het was de voortzetting van het legendarisch geworden Billy (1981-1984) dat zich adverteerde als ‘super-perversen tijdschrift’ (sūpā hentai magajin スーパー変態マガジン). Het blad richtte zich op mannelijke lezers met een combinatie van porno en bizarre onderwerpen, waarbij ruim baan werd gemaakt voor allerlei fetisjismen en subculturen. Kortom, in al zijn bevreemdende en vaak nu ongemakkelijk-onsmakelijke uitzinnigheid mag het blad gelden als de laat-twintigste-eeuwse incarnatie van het ‘erotisch-groteske’ (ero-guro エログロ) cultuurideaal dat al in de jaren ’20 van de vorige eeuw vorm gaf aan de moderniteitsgedachte.
Dat bewuste meinummer van Billy Boy adverteerde op de omslag met het thema ‘seppuku’ en bevatte een tweegesprek tussen Itō en ene Maebashi Takeshi 前橋武, met de titel ‘Traditie, schoonheid en Eros’ (‘Dentō to bi soshite erosu’ 伝統と美そしてエロス). Dat was het artikel dat het woord ‘seppuku’ op de omslag van het tijdschrift rechtvaardigde. Helemaal saillant was de toevoeging ‘Echt in praktijk gebracht: de opkomst van harakiri-fetisjisme!!’ 実践/ハラキリマニア登場!!.
Maebashi was een zelfverklaard ‘seppuku-fetisjist’ (seppuku mania 切腹マニア) en liet zich tegenover Itō helemaal gaan over zijn obsessie. Intrigerend genoeg lijkt Itō in dat stuk in Billy Boy zelf ook wel gevoelig voor de erotische uitwerking van dit fetisjisme. Het past wel bij het imago dat Itō destijds had van een zeer fysiek en op seks georiënteerde dichter. Dat de redactie dat aanzet is geen verrassing. De intro van dat stuk (met dank op het Internet rondzwervende snapshot van dat stuk) brengt de lezer in de stemming:
[…] Maebashi is een seppuku-fetisjist die hoopt: ‘Op een dag wil ik mijn buik opensnijden en er een einde aan maken’. Hij doet zelf voor hoe hij zijn buik opensnijdt; Itō ziet dat en laat zich ontvallen: ‘Nu wil ik hier wel samen masturberen’. Het was een uniek moment dat de kern raakte van seppuku als erotische daad.
<前略> 前橋さんは「いつの日か腹を切って果てたい」と念している切腹マニアである。前橋さんは自ら腹の試し斬りを演じ、それを見て伊蔵さんは「今、ここでいっしょにオナニーしたい」ともらした。ユニークな、しかしエロスとしての切腹の核心をついた一瞬であった。

Negen jaar geleden publiceerde Itō een essaybundel, Over seppuku (Seppuku kō 切腹考, 2017). Daarin komt zij uitgebreid terug op de omstandigheden die leidden tot haar gedicht:
Er zijn in de wereld allicht veel seppuku-liefhebbers, maar er zijn er maar weinig die echt een live-seppuku hebben meegemaakt. Ik ben er daar een van.
Daarover schreef ik het gedicht ‘Harakiri’, dat vertaald is naar het Engels en het Duits. Als ik naar het buitenland ga om voor te lezen uit eigen werk vertel ik meestal het verhaal hoe ik de seppuku gezien heb. Iedereen vindt het fantastisch. Hun adem stokt in hun keel of ze gillen, ‘walgelijk’ mompelen ze binnensmonds. Misschien vinden ze het echt vreselijk, maar in het besef daar te staan als vertegenwoordiger van de Japanse cultuur merk ik dat ik naar hen voorover leun terwijl ik me verlies in het vertellen ervan.
世の中に切腹愛好家多しといえども、実際に生の切腹を見たことがある人はなかなかいないだろう。わたしはそのひとりなのだった。
そのことは「ハラキリ」という詩に書き、それは英語にも独語にも翻訳された。外国に行って朗読するときは、ついでに切腹を見た話もする。みんな喜ぶ。おおうっとか、きゃーとか言いながら、ぐろーすなどと口の中でつぶやいている。顔もしかめる。本当にいやなのかもしれないが、わたしは日本文化を代表して今ここにいるという意識があるので、つい身を乗り出して語る。
Itō Hiromi 伊藤比呂美, Seppuku kō: Ōgai-sensei to watashi 切腹考:鴎外先生とわたし [‘Over seppuku: Mori Ōgai en ik’] (Tokyo: Bungei Shunjū, 2017; paperbackeditie 2022). [e-book, p. 6 van 241.]
In de hierboven geciteerde openingspassage proef je iets van complexiteit: het is Itō niet simpelweg te doen het Japanse jaren-’80-equivalent van de manosfeer voor paal te zetten. Wat die complexiteit wat vertroebelt is Itō’s dubbelzinnige verhouding tot een westers publiek: enerzijds wil ze shockeren en tegelijkertijd suggeert ze dat hier een of andere essentiële Japanse ‘traditie’ vanonder het tapijt gehaald wordt. Dat haar publiek gebiologeerd is door haar woorden brengt haar zelf ook in vervoering. ‘Om voor zo’n publiek te getuigen van de seppuku die ik had meegemaakt gaf een plezierig gevoel.’ そういう人たちにむかって、切腹の見聞を語るのは、ある種の快感があった。
Itō beschrijft vervolgens uitgebreid hoe zij getuige werd van een opvoering van een seppuku en hoe die daad zelf er aan toe ging. Zij werd destijds gebeld door de redactie van ‘tijdschrift B.’: ‘Wil je niet een seppuku meemaken? En wil je dan daarover schrijven?’ Omdat zij al langer gefascineerd was door het fenomeen seppuku (zij had een bekende studie over seppuku uit 1972 gelezen van de folklorist Chiba Tokuji 千葉徳爾 [1916-2001]) en merkte hoe voor haar documentaire registratie ervan samenviel met pornografische verdichting (‘in die tijd schreef ik alleen maar over seks’ 当時わたしは、セックスのことばかり書いている), ging zij in op het verzoek.
Degene die seppuku zou opvoeren bleek net als zij in Kumamoto te wonen. Het regende toen zij en een redacteur van het tijdschrift het huis van ‘de heer O.’ bezochten. Voordat hij zijn opvoering zou geven wilde O. dat zij een korte film bekeken, waarin geen bloed te zien was maar wel veel vallende kersenbloesems. ‘Het gewoon een soort propagandafilm voor buitenlanders over “samurai” en “harakiri”.’ たんに「サムライ」や「ハラキリ」について外国人に伝えるための宣伝映画のようなものであった。 Duidelijk werd al snel dat O. van het idee van seppuku seksueel opgewonden raakte en het een bron van zijn fantasieën was.
De feitelijke uitvoering was —uiteraard en godzijdank— geen volledige seppuku. O. maakte een snee van enkele centimeters in zijn buik. Dat was al genoeg voor een enorme hoeveelheid bloed. Ik speel ramptoerist en laat Itō zelf even aan het woord:
O. boog diep, mompelde ‘hmm’, drukte zijn wond dicht en zonder wankelen stond hij op en ging naar een andere kamer; niemand zei een woord. Er was alleen, alleen maar bloed. Ook al was degene die zo bloedde er niet meer, het bloed dat de kamer vulde was er nog steeds.
Uiteindelijk kwam O. terug. Zijn gezicht was nog steeds doodsbleek. Het was er de sfeer niet naar dat je in normaal Japans kon vragen: gaat het wel? doet het geen pijn?
Zo makkelijk snijd je er niet doorheen; dit is mijn tweede keer, begon O.
De eerste keer dat ik me sneed was ik de dag erna op de WC aan het persen waardoor de wond weer openging. Mijn bloed droop in dikke druppels in de toiletpot, dat was me een gezicht; daardoor raakte ik in paniek en heb ik mezelf gehecht. (Hij was arts in zijn eigen privékliniek, dus zo’n procedure kon hij aan.) Maar om toch voorzichtig te zijn ging ik naar een chirug in een andere kliniek; ha-ha-ha, het was wel genant, dus natuurlijk zorgde ik ervoor dat dat deze keer niet zover kwam. […]
‘Wat vond ervan? Nu u het gezien heeft?’, vroeg hij me. Nu zou ik O. nog van alles meer hebben gevraagd. Sinds ik een oude vrouw ben, ben ik alle remmingen kwijt. Maar toen was ik nog een piepjonge vrouw zonder enige ervaring die niets van het leven wist. Ik nam gewoon maar alles wat ik zag in me op.
‘Fantastisch’, wist ik tenslotte uit te brengen.
Waarop O. meteen zei, ‘Laten we het dan de volgende keer samen doen.’
0氏は深々と一礼し、うむと下腹に声をかけ、傷口を押さえ、しっかりとした足取りで座を立って、別室にいった。われわれはそこに座り、言葉も無かった。ただ、ただ、血かった。出血した当人がいなくなっても、その場に充満した血さは消えてなくならなかった。
やがてO氏が戻ってきた。顔はまだ青ざめていた。大丈夫ですかとか、痛くないですかとか、ありきたりの現代日本語で声をかけられる雰囲気では、とてもなかった。
そうそう切れるものではない、これが二回目です、とO氏は話し始めた。
はじめて切ったときは次の日に、便所でいきんだら、傷口が破れてしまった、便器にまっかな血がだらだらと滴ったのは美事だった、それであわてて自分で縫った、彼は個人営業の内科医院の医者だったから、その程度の処置はできた。でもそのときは大事をとって、よその外科の医者に行きました、はははは、気恥ずかしかったです、さすがに、今回はそんなことのないように、気をつけて切りました、と。 <中略>
どうですか、ごらんになって、とわたしはO氏に聞かれた。今のわたしなら、聞かれる前に感想をのべているだろう。もっといろいろO氏から聞きだそうともするだろう。おばさんになってから遠慮というものを知らなくなった。しかし当時は、経験の浅い小娘で、人生のことを何も知らなかった。見たものをただ受け取っただけだ。
すばらしかったです、ようようと言った。
するとすかさずO氏が、それではこの次ぜひご一しょに、と。
Itō, Seppuku kō [e-book, p. 11 van 241.]. Dat ‘tijdschrift B.’ Billy-Boy is en ‘de heer O.’ een poging tot anonimisering van Maebashi mag duidelijk zijn.
Het essay gaat overigens vooral over typologieën fetisjimen rondom seppuku, waarbij Itō vooral gefascineerd is door vroegmoderne verhalen over seppuku door zwangere vrouwen. Daar zit nog een associatie, ongetwijfeld mede ingegeven doordat Ito in 1984 bevallen was van een dochter.
Een in bloed gedrenkte dood is enorm erotisch. Door de publicaties van Chikamatsu, Bakin en Nanboku heb ik er uitgebreid over gefantaseerd. Het dichtst in de buurt van een in bloed gedrenkte dood door neergesabeld te worden of door seppuku komt, denk ik, een bevalling. Van mijn bevalling (volgens de Lamazemethode), dat met ha-ha-ha-onrustig puffen en dan uitgeput instorten precies het sterfproces volgen zou, had ik me voorgesteld dat het heel plezierig zou zijn, maar toen ik het daadwerkelijk doormaakte, deed het gewoon pijn. Pijn is onplezierig.
まみれの死はとてもエロい。近松や馬琴や南北でさんざん妄想した。血まみれの斬られ死にあるいは切腹に、いちばん近いと思われたのがお産である。はっはっはっと息が荒くなってがっくり落ち入るという、死と同じプロセスをたどるお産(ラマーズ法だった)はどんなに快感かと期待していたのだが、やってみたら、痛いだけだった。痛みは不快だ。
Itō, Seppuku kō [e-book, p. 13 van 241.]. Chikamatsu Monzaemon (1653-1725) en Tsuruya Nanboku IV (1755-1829) waren toneelauteurs voor respectievelijk poppentheater en kabuki; Takizawa Bakin (1767-1848) schreef (lange) verhalen. De Lamazemethode (in Nederland bekend als psychoprofylaxe) is erop gericht om zonder pijnstillers een bevalling zo beheerst mogelijk te laten verlopen.
Ik moet dus vaststellen dat mijn eerste lezing van Itō’s gedicht ‘Harakiri’ een kwarteeuw terug te simplistisch was. Het gedicht is niet simpel een categorisch afwijzen van seppuku-fetisjisme, niet simpel een neerbuigende verwondering over een manosfeer, maar iets tussen bevreemding en fascinatie in. Bewondering voor ‘de heer O.’ is het zeker niet; de man blijft allesbehalve aantrekkelijk en zit te duidelijk gevangen in hyperpersoonlijke erotische droomscenario’s. Maar in al zijn perversie doet hij wel iets dat de dichter fascinerend vindt (of in 1985 in elk geval vond): hij brengt heel dichtbij waarover de dichter fantaseerde.
De afbeelding toont een still uit de korte film Yūkoku 憂国 (‘Vaderlandsliefde’, 1966) van en met Mishima Yukio 三島由紀夫 (1925-1970), naar zijn gelijknamige verhaal uit 1961.




