Categorieën
poëzie

paardenbloemecho

paardenbloem paardenbloem, op het zandstrand opent de lente haar ogen

tanpopo tanpopo sunahama ni haru ga me o hiraku

たんぽぽたんぽぽ砂浜に春が目を開く

Ogiwara Seisensui, 1916. Opgenomen in de tweede bundel van de Sōun-groep, Levensboom (Seimei no ki 生命の木, 1918).

In een onbewaakt moment gingen oude fotoalbums open en werd ik geconfronteerd met de foto bovenaan deze blogpost. Het is een van de tegels in wat destijds de Toho Walk of Fame genoemd werd, in Hibiya, Tokyo — uiteraard een schaamteloze fusie van Hollywood’s Walk of Fame en de handafdrukken van filmsterren bij het Chinese Theater aan Hollywood Boulevard. Die Tokioose variant bestond uit een lange rij van zulke metalen tegels van overwegend Japanse filmacteurs en enkele niet-Japanners (Tom Cruise zat er ook tussen, bijvoorbeeld). De aanleiding ervoor was de opening in 1987 van winkelcentrum Hibiya Chanter 日比谷シャンテ; een jaar later zag ik de tegels voor het eerst. Vlakbij was een fontein waarvan de waterstralen elk half uur een dans op muziek van Tsjaikovski uitvoerden; het was allemaal kort vóór Japans economische zeepbel barstte. Alle tegels zijn al in 2018 verplaatst naar een muur in een ondergrondse gang van het nabij gelegen winkelcentrum Tokyo Midtown Hibiya 東京ミッドタウン日比谷 en het geheel heet nu ‘The Star Gallery’ ザ・スター・ギャラリー.

Vierendertig jaar geleden lagen de tegels dus nog te blaken in een waterig winterzonnetje. Hier gaat het om de handafdruk en handtekening van actrice Miyamoto Nobuko 宮本信子 (1945). Anders dan andere acteurs schreef Miyamoto ook nog eens een gedicht naast haar handafdruk.

Destijds herkende ik de tekst niet, maar nu bij het terugzien van de foto wel: het is een ‘vrije vorm’-haiku van Ogiwara Seisensui 荻原井泉水 (1884-1976).

Miyamoto Nobuko (m) in de film Tanpopo タンポポ (1985), met Watanabe Ken (l) en Miyazaki Tsutomu (r).

Miyamoto Nobuko is in het Westen doorgebroken met de film Tampopo uit 1985, een meesterlijke en hilarische raamvertelling, geregisseerd door haar echtgenoot Itami Jūzō 伊丹十三 (1933-1997). De film is hét hoogtepunt in Itami’s filmoeuvre aan satirisch maatschappijcommentaar. De film is in essentie plotloos — dat wil zeggen, er is wel een plot, maar die is eigenlijk volstrekt irrelevant en dient vooral om eindeloos veel zijpaden in te slaan die allemaal op de een of andere manier commentaar leveren op de consumptiemaatschappij. In een van die verhaallijnen speelt Miyamoto de eigenaresse van een ramentent op de rand van het faillissement.

De filmposter hangt bij de deur van mijn kantoor, om me op te beuren in tijden van humeurigheid over de staat van hoger onderwijs.

De naam van Miyamoto’s personage is tanpopo, het Japanse woord voor paardenbloem. De filmtitel schrijft het woord in katakana, een van de twee Japanse lettergreepschriften, dat tegenwoordig vooral gebruikt wordt als een equivalent van ons cursiefschrift: het trekt aandacht en kan zo een woord nadruk geven of gebruikt worden om buitenlandse woorden en namen weer te geven. Dat zal verklaren waarom Miyamoto in haar tegel in de Walk of Fame het woord ook in katakana schreef, terwijl Ogiwara het een eeuw geleden in het reguliere hiragana-lettergreepschrift weergaf.

Ogiwara’s haiku schijnt voort te komen uit een jeugdherinnering—vandaar die kinderlijke herhaling van het woord tanpopo. Hij zag ooit een paardenbloem groeien op het strand en die onwaarschijnlijke combinatie van zand en bloem bleef hem bij. Zo wordt Miyamoto’s tegel voor mij een spiegelpaleis van herinneringen aan herinneringen aan dingen die er niet meer zijn.

De foto toont een tegel met handafdruk en handtekening van actrice Miyamoto Nobuko 宮本信子 (1945). Hibiya (Yūraku-chō), Tokyo, winter-voorjaar 1992. Foto Nicole Roepers.

Categorieën
poëzie

steen, vlinder

paardenbloem paardenbloem, op het strand opent de lente haar ogen

tanpopo tanpopo sunahama ni haru ga me o hiraku

たんぽぽたんぽぽ砂浜に春が目を開く

de baby werd met een hoop haar geboren! dageraad

akanbō kami haete umarekoshi zo yoake

赤ん坊髪生えてうまれ来しぞ夜明け

wandelend over de hemel schittert de maan in eenzaamheid

sora o ayumu rōrō to tsuki hitori

空をあゆむ朗朗と月ひとり

onder een middagmaan in de bergen een jongen die op een koets staat te wachten

yama no hiruzuki ni basha o matsu shōnen

山の昼月に馬車を待つ少年

ik hef de vaarboom op — midden in de maan

sao sashite tsuki no tadanaka

棹さして月のただ中

steen, één vlinder denkt zich

ishi, chō ga ichiwa kangaete iru

石、蝶が一羽考えている

Ik beken dat ik niet weet of ik deze haiku begrijp, maar dat kan me weinig schelen: het is een fascinerende tekst. Stof tot nadenken (of navoelen). Die twijfel zit hem in de eerste plaats in de vervreemdende grammatica. Letterlijk staat er: steen, > vlinder > partikel dat grammaticaal onderwerp aangeeft > één stuks (met counter voor voor vogels, maar hier voor vlinders?) > aan het denken zijn/gedacht hebben — waarbij het niet meteen gezegd is dat het de vlinder is die denkt. Je kunt dit gedicht daarom misschien ook lezen als: ‘een steen, denkt: één vlinder’. Verder kan 一羽 gelezen worden als hitoha, ‘één vleugelslag’. Moet ik dan vertalen: ‘steen, een vlinder denkt één vleugelslag lang’?

[16 november 2025] Ik blijf met enige regelmaat mijn gedachten stoten tegen, of slijpen aan, deze haiku. Mede naar aanleiding van iemands opmerking dat ik oververtaalde probeer ik een nuchterder benadering. Misschien is het beeld dit: een steen, en daarop een enkele vlinder die stil zit — en daarmee suggereert dat die aan het denken is. Hoe dat dan te vertalen?

‘een steen, één vlinder     aan het denken’?

fraai — de urn is pioenroos geworden

utsukushi kotsutsubo botan bakerarete iru

美し骨壺牡丹化られている

waar ik ook kijk, herfstwolken boven bergen waar Santōka gelopen heeft

dochira mite mo santōka ga aruita yama no aki no kumo

どちら見ても山頭火が歩いた山の秋の雲

op een rieten dak stapelt vallende sneeuw zich op

waraya furu yuki tsumoru

わらやふるゆきつもる

            echo

‘hé~é’, zei de eenzame mens

‘hé~é’, zegt de eenzame berg

kodama. ‘o-i’ to sabisihii hito / ‘o-i’ to sabishii yama

   こだま
「おーい」と淋しい人
「おーい」と淋しい山

Dit is een vrij bekend gedicht van Seisensui die er zelf van gezegd heeft dat het geen haiku is, maar een ‘kort gedicht’ (tanshi 短詩). Dat zit hem, los van het feit dat het een titel heeft (voor haiku ongebruikelijk), vooral in de structuur ervan. De zeventien (5-7-5) lettergrepen van traditionele haiku vallen doorgaans in twee ongelijke delen uiteen: van respectievelijk 5 en 7-5, of van 5-7 en 5, lettergrepen. Ook de vrije haiku (die zich niet aan dat lettergrepenschema houden) kennen vaak die vuistregel; dit gedicht niet (dat heeft een symmetrische opbouw en telt 2x 10 lettergrepen).

Ogiwara Seisensui 荻原井泉水 (1884-1976) was een belangrijk vernieuwer van de haiku-vorm. Met zijn tijdschrift Sōun 層雲 (Stratuswolken), opgericht in 1911 en blijven bestaan tot 1992, stond hij een nieuwe stroming in de haiku-poëzie voor. Hij wilde af van het versteende 5-7-5-schema en de verplichte seizoenswoorden (kigo) en vond dat er in de poëzie meer gebruik gemaakt moest worden van spreektaal. Twee belangrijke leerlingen van Seisensui waren Taneda Santōka en Ozaki Hōsai. De gedichten die zij schreven raakten bekend als ‘nieuwe trend-haiku’ (shin keikō haiku) of ‘vrije haiku’ (jiyūritsu haiku).

De afbeelding komt uit Shirato Sanpei’s 白土三平 legendarische manga Kamui den カムイ伝, deel 3 (Hen’i no maki 変移の巻), 1968, p. 97. Shirato overleed 8 oktober jl., 89 jaar oud.