‘Ainu!’
dat ene woord
werd meer dan wat ook
een belediging
een vlammende haat
ainu! to / tada hitokoto ga / nani yori no / bujoku to natte / moeru funnu da
アイヌッ! とただ一言が何よりの侮辱となって燃える憤怒だ
Gepubliceerd in Otaru shinbun 小樽新聞, 3 oktober 1927. Iboshi Hokuto kashū, p. 16.
‘wel godver!
zak in de stront, jij!’
word je heftig
toegeschreeuwd en dan daarna
een bevreemdende stilte
‘nani! / kuso demo kue!’ to / gōhō ni / donatta ato no / mukimi na chinmoku
「何ッ! 糞でも喰へ!」と剛放にどなった後の無気味な沈黙
Otaru shinbun, 28 oktober 1927. Iboshi Hokuto kashū, p. 18. Het woord gōhō (ni) 剛放(に) (als dat tenminste de lezing is die Ibuto in gedachten had) ken ik niet. In deze context vermoed ik dat het als bijwoord het ‘schreeuwen’ (donaru) moet versterken. Dat het in Mandarijn (gāng fàng) iets als ‘vastberaden’ beteken kan lijkt me hier niet relevant.
Dorpszangen:
‘’t is niet anders’
en daarmee op te geven: dat
sentiment —ach!—
heeft Ainu
als sentiment kapot gemaakt
shikata naku / akirameru to iu / kokoro aware / ainu o / horoboshita kokoro
コタン吟
しかたなくあきらめるといふこころあはれアイヌを亡したこころ
Shintanka jidai 新短歌時代, februari 1928. Iboshi Hokuto kashū, p. 32. ‘Dorp’ is de vertaling van het Ainu-woord kotan コタン.
goudeerlijke
Ainu werden bedrogen door
de Shamo: juist die
is pas beklagenswaardig
het zij hem vergeven in deze tijd
shōjiki na / ainu o damashita / shamo o koso / aware na mono o / yurusu kono koro
正直なアイヌをだましたシャモをこそ憫なものとゆるすこの頃
Shintanka jidai februari 1928. Iboshi Hokuto kashū, p. 33. Shamo is de naam die Ainu gebruikten (en nog wel gebruiken) voor Japanners.
Een Ainu-bedelaar:
door kinderen
geplaagd en uitgelachen
moet hij huilen
de Ainu-bedelaar
van wie ik mijn gezicht afwend
kodomora ni / karakawarete wa / naite iru / ainu no kojiki ni / kao o somukeru
アイヌの乞食
子供等にからかはれては泣いてゐるアイヌの乞食に顔をそむける
Shintanka jidai. Iboshi Hokuto kashū, p. 34.
met een slok op
zijn de Shamo en de Ainu
net hetzelfde
merkt het dienstmeisje
met een glimlach op
sake nomeba / shamo mo ainu mo / onaji da te / aido no menoko / waratte imasu
酒のめばシャモもアイヌも同じだテ愛奴のメノコ嗤ってゐます
Shintanka jidai. Iboshi Hokuto kashū, p. 35.
als ik in de krant
een artikel over Ainu
lees, dan heb ik telkens
diepdoorvoelde pijnlijke
gedachten en gevoelens
shinbun de / ainu no kiji o / yomu goto ni / setsu ni kurushiki / waga omou kana
新聞でアイヌの記事を読む毎に切に苦しき我が思かな
Iboshi Hokuto kashū, p. 58.

Iboshi Hokuto 違星北斗 (1901-1929) was een activist voor gelijkberechting van de Ainu en gebruikte daarvoor onder meer een klassieke Japanse poëzievorm, de tanka. De Ainu zijn een inheems etnische groep die overwegend op Japans noordelijke hoofdeiland Hokkaido wonen. Sinds de kolonisatie van Hokkaidō door Japan in de negentiende eeuw zijn de Ainu op verschillende manieren zwaar gediscrimineerd. Als gevolg daarvan waren zij begin twintigste eeuw economisch achtergesteld en gingen vaak gebukt onder een opgedrongen minderwaardigheidsgevoel.
Iboshi was zelf Ainu en publiceerde in kranten en poëzietijdschriften gedichten en andere teksten die altijd of de achterstelling van de Ainu als onderwerp hebben dan wel het zelfbeeld van Ainu willen verbeteren.
Als kind had zijn moeder Hokuto naar een Japanse school gestuurd, in plaats van de voor Ainu-kinderen gebruikelijke ‘School voor de oude bewoners [van Hokkaido]’ (kyūdojin gakkō 旧土人学校). Daar was het onderwijs beter (de schooltijd duurde ook twee jaar langer), maar Hokuto werd er erg gepest door Japanse medeleerlingen.
Wel had Hokuto een begripvolle Japanse leraar die hem liefde voor haiku en tanka bijbracht en hem stimuleerde om met andere jonge Ainu een culturele club voor Ainu te beginnen (de Chawashō Gakkai 茶話笑学会, ‘De lachen-bij-theegesprekken studieclub’).
In 1925 kreeg Hokuto de kans naar Tokyo te verhuizen, waar een baan voor hem was geregeld. Daar kwam hij in contact met de taalkundige Kinda’ichi Kyōsuke 金田一京助 (1882-1971), die een levenslange studie van het Ainu maakte en hem koppelde aan anderen met een interesse in Ainu-cultuur. Anderhalf jaar na aankomst in Tokyo reisde Hokuto weer naar Hokkaido terug. Hij was er nu van overtuigd dat zijn rol moest zijn om in Hokkaidō onder de Ainu te verblijven en hen zelfrespect en een liefde voor de eigen cultuur te voeden.
Hokuto had altijd al een zwakke gezondheid gehad. In 1928 spuugde hij bloed op, wat het begin was van een negen maanden durend ziekbed waar hij niet meer beter uit zou komen. In januari 1929 stierf hij, 27 jaar oud.

In de twee jaar na zijn terugkeer uit Tokyo produceerde Hokuto een onophoudelijke stroom aan teksten, waaronder veel tanka, die hij onder meer in lokale kranten gepubliceerd kreeg. Laat in 1927 begon hij aan een baan als colporteur van aambeienzalf, wat een goed excuus was om verschillende kotan (dorpen) van de Ainu-bevolking af te reizen. Ook die ervaring verwerkte hij in verschillende tanka, zoals:
‘voor aambeien
aanbevolen zalf te koop!’
niemand te zien
op de pas waarop ik met luide
stem mijn verkoopleus probeer
‘gatchakki no / kusuri ikaga’ to / hito no inai / tōge de ōki na / koe dashite miru
「ガッチャキの薬如何」と人の居ない峠で大きな声出して見る
Iboshi Hokuto kashū, p. 60. Gatchakki is een dialectwoord voor aambeien dat beperkt is tot Hokkaidō en noord-Honshu; de standaardterm is jishitsu 痔疾 of jikaku 痔核.
Na zijn dood publiceerden Hokuto’s vrienden een bundeling van zijn werk, Kotan: nagelaten werk van Iboshi Hokuto (Kotan: Iboshi Hokuto ikō コタン 違星北斗遺稿, 1930). Uiteraard stonden daarin vele tanka. Die werden voorafgegaan door en korte maar krachtige beginselverklaring van Hokuto zelf:
Mijn tanka
Mijn gedichten zijn allemaal bonkig, alsof er twee, drie zinnen uit een krantencommentaar staan. Natuurbeschrijvingen maak ik nauwelijks. Geen idee waarom dat is.
Al hamer ik altijd op onomwonden eerlijkheid, wat er in mijn gedichten geëtaleerd wordt is niets anders dan het bepleiten van de zaak van de Ainu. Daarbij komen ook allerlei persoonlijke emoties kijken, maar uiteindelijk zijn mijn tanka het gevolg van een defect in de hedendaagse maatschappij. Én het is omdat ik overvloei van een verlangen naar een Hokkaidō waar het fijn leven is, naar een wereld zonder conflicten. Bovenal wil ik geen poëzie schrijven over onwaarheden die doelbewust mijn eigenheid ontkennen.
私の短歌
.
私の歌はいつも論説の二三句を並べた様にゴツゴツしたもの許りである。叙景的なものは至って少ない。一体どうした訳だろう。
公平無私とかありのまゝにとかを常に主張する自分だのに、歌に現われた所は全くアイヌの宣伝と弁明とに他ならない。それには幾多の情実もあるが、結局現代社会の欠陥が然らしめるのだ。そして住み心地よい北海道、争闘のない世界たらしめたい念願が迸り出るからである。殊更に作る心算で個性を無視した虚偽なものは歌いたくないのだ。
Iboshi Hokuto kashū, p. 57.
Intrigerend is dat iemand uit een etnische minderheid een traditionele poëzievorm gebruikt die zwaar geassocieerd wordt met de hen onderdrukkende cultuur. Begin twintigste eeuw was de tanka, net als de haiku een traditioneel genre dat nadrukkelijk als moderne poëzie heruitgevonden werd. Dat hielp, natuurlijk, maar vooral laat Hokuto’s keuze voor de tanka zien dat je poëzievorm ook kunt opeisen voor je eigen culturele —en dus politieke— strijd.
Ik ken wel andere, onder meer vrij recente voorbeelden in Japan van hetzelfde fenomeen. Bij gelegenheid zal ik tanka van een dichter uit de Koreaanse minderheid in Japan behandelen.
- Iboshi Hokuto 違星北斗, Iboshi Hokuto kashū: Ainu to iu atarashiku yoi gainen o 違星北斗歌集:アイヌと云ふ新しく良い概念を (Tokyo: Kadokawa, 2021).
De foto toont een Ainu-zang in een dorp bij het Kussharo 屈斜路-meer, noordoost-Hokkaidō, begin twintigste eeuw.