vijftig jaar later

er zijn er die

            liever niet sneuvelen — zij

                        zijn voorbijgestreefd:

‘een bloesem sneuvelt’ is de les

            van de nachtelijke storm

chiru o itou / yo ni mo hito ni mo / sakigakete / chiru koso hana to / fuku sayoarashi

ferme mannen

            klemmen het zwaard vast dat

                        al jaren wachtte

om getrokken te worden:

            vandaag fonkelt de eerste rijp

masurao ga / tabasamu tachi no / sayanari ni / ikutose taete / kyō no hatsushimo

De romanauteur Mishima Yukio 三島由紀夫 (1925-1970) geldt samen met Tanizaki Jun’ichirō (1886-1965) en Kawabata Yasunari (1899-1972) als een van de Grote Drie onder de Japanse naoorlogse schrijvers. Hij was een buitengewoon complex mens (belezen intellectueel, estheet, dandy, biseksueel, bodybuilder, B-filmacteur, begenadigd stilist), die gaandeweg nationalistische ideeën over traditie incorporeerde in een hoogstpersoonlijke esthetiek. In 1968 richtte hij een paramilitaire organisatie op, die hem de gelegenheid bood om op 25 november 1970 een generaal van de Japanse Zelfverdedigingsmacht te gijzelen. Bij die actie pleegde Mishima seppuku en liet de natie in verbijstering achter.

Dit zijn Mishima’s twee ‘doodsgedichten’ (jisei 辞世), geschreven op 24 november 1970, aan de vooravond van zijn zelfmoord de volgende dag. In het eerste gedicht klinkt een echo van het spreekwoord ‘van de bloesems de kers, van de mensen de krijger’ (hana wa sakura, hito wa bushi) dat bewondering uitspreekt voor alles wat op het eigen hoogtepunt sneuvelt. In het tweede gedicht wordt de schittering van een half uit de schede getrokken zwaard vergeleken met het fonkelen van rijp.