Categorieën
poëzie

tussen witte kwallen opgelost

haar vreugde en geluk

            helemaal kwijtgeraakt

diep in de zee

haar benen ferm gesloten

            zal een octopus bevriezen

yorokobi no / ushinawaretaru / umi fukaku / ashi tojite tako no / rui wa kōramu

よろこびの失はれたる海ふかく足閉ぢて章魚の類は凍らむ

Hatsue Kawamura en Jane Reichold (p. 91) vertalen ashi tojite als ‘met gekromde tenen’ (wat in het Nederlands een heel andere boodschap heeft) en voegen daaraan toe: ‘The image “curled toes” is a sexually stimulating description of pleasure.’ Ik weet het niet; het lijkt me ook moeilijk te rijmen met dat yorokobi ushinawarete (‘haar vreugde kwijtgeraakt’).

zolang ze brandden

            bood ik ze aan hem aan

                        die borsten van me

van de vorming van kanker

            had ik toen nog geen besef

moyuru kagiri wa / hito no ataeshi / chibusa nare / gan no sosei o / itsu yori to shirazu

もゆる限りはひとに与へし乳房なれ癌の組成を何時よりと知らず

zachte lippen

            tegen mijn borst gedrukt

                        verspreiden warmte

de kanker, met een spotlach,

            blijft heimelijk groeien

kuchibiru o / osarete chibusa / atsukariki / gan wa warau gani / hisoka ni nasaru

唇を捺されて乳房熱かりき癌は嘲ふがにひそかに成さる

op een brancard

            kwam ik de operatiekamer uit

                        sinds dat moment

wekken frisse, puntige

            borsten mijn jaloezie op

ninawarete / shujutsushitsu izuru / sono toki yori / mizimizu togaru / chibusa o netamu

担はれて手術室出づるその時よりみづみづ尖る乳房を妬む

tussen witte kwallen

            opgelost raken mijn

                        borsten op drift

langs de vloedlijn speur ik naar ze

            en val opnieuw in slaap

shiroki kurage ni / majirite ware no / chibusa uku / kishi o sagasamu / mata mo nemurite

白き海月にまじりて我の乳房浮く岸を探さむ又も眠りて

warm liet over mijn hand

            de hond zijn tong gaan

op een zonnige plek

            en mijn borsten had ik nog

                        dromen van die dagen vergeet ik maar

te o nukuku / namekururu inu to / hidamari ni / chibusa arishi hi no / yume wa wasuremu

手を温く舐めくるる犬と陽だまりに乳房ありし日の夢は忘れむ

dwaze, dwaze

            borsten heb ik niet langer

                        zo blijf ik in slaap

sneeuw komt in vlagen

            met een vleug van pepermunt

orokashiki / chibusa nado motazu / nemuri ori / yuki wa hakka no / nioi o tatete

愚かしき乳房など持たず眠りをり雪は薄荷の匂ひを立てて

zonder toeverlaat

daar waar kale bomen en sneeuw

            het landschap vullen

                        vanaf dat punt dan zal ik

moeten gaan lopen

sukui naki / raboku to yuki no / kei hateshi / chiten yori ware wa / ayumiyukubeshi

救ひなき裸木と雪の景果てし地点よりわれは歩みゆくべし

verloren heb ik

            mijn borsten waarop

                        die heuvel lijkt

in de winter zullen verdorde

            bloemen haar versieren

ushinaishi / ware no chibusa ni / nishi oka ari / fuyu wa karetaru / hana ga kazaran

失ひしわれの乳房に似し丘あり冬は枯れたる花が飾らむ

4 februari is wereldkankerdag. Als er één Japanse dichter is die die ziekte is gaan belichamen, en ook wel te veel is gereduceerd tot die ziekte, is dat Nakajō Fumiko 中城ふみ子 (1922-1954). Na twee borstamputaties stierf zij op eenendertigjarige leeftijd aan de borstkanker die tweeënhalf jaar eerder voor eerst het was geconstateerd.

Geboren en getogen op Hokkaidō, het noordelijke eiland waarop zij praktisch haar hele leven doorbracht (op twee jaar op een Tokioos women’s college na), leverden na een paar jaar huwelijk drie levende en een jonggestorven kind en een scheiding op. Vervolgens een jongere minnaar en de ontdekking dat zij aan een borstkanker leed die zich niet meer liet uitroeien. Vooral na haar scheiding zou Nakajō intensiever gaan dichten, altijd in de tanka-vorm. Daarmee was zij op haar zestiende in Tokyo begonnen door lessen van de literatuurhistoricus Ikeda Kikan 池田亀鑑 (1896-1956). Nakajō slaagde erin om van tanka een middel voor hoogstpersoonlijke verslaglegging van haar gevoelsleven te maken. Ze was daarin niet de eerste, maar ontwikkelde wel heel snel een grote vrijheid de vorm aan te passen aan haar behoeften en nieuwe beelden te gebruiken. Meer dan twee bundels publiceerde zij niet: een half jaar voor haar dood verscheen Borstverlies (Chibusa sōshitsu 乳房喪失, 1954), en postuum verscheen Prototype van een bloem (Hana no genkei 花の原型, 1955).

Links: Nakajō Fumiko’s debuutbundel, Borstverlies (1954). Rechts: Nakajō in het universitair ziekenhuis van Sapporo. Bron: Wikipedia.

Al schreef Nakajō ook veel over de pijn van haar scheiding, gemengde gevoelens over haar kinderen, de zinnelijkheid van nieuwe liefde, zij wordt vooral herinnerd door de gedichten die zij schreef over haar ziekte en steeds prangender besef van een naderende dood. Haar ontdekking door literaire kringen in Tokyo vond plaats juist in de periode dat zij steeds meer tijd in ziekenhuizen doorbracht. Dat brieven van de latere Nobelprijswinnaar Kawabata Yasunari 川端康成 (1899-1972) en redacteuren van tanka-tijdschriften als Nakai Hideo 中井英夫 (1922-1993) haar in het ziekenhuis troffen versterkte dat beeld van een op het randje van de dood balancerende jonge, mooie, vernieuwende dichter. 

Het is geen toeval dat wanneer Kawabata in zijn roman De schone slaapsters (Nemureru bijo 眠れる美女, 1960) een jonggestorven dichter aanhaalt, dat Nakajō is:

In een gedicht van een jong aan kanker gestorven dichteres heette het dat als zij niet slapen kon ‘de nachten dingen als padden en zwarte honden en verdronken mensen mij bereidden’. Het bleef Eguchi zó goed bij, dat het nooit meer kwijt kon raken.

若くて癌で死んだ女の歌読みの歌に、眠れぬ夜、その人に「夜が用意してくれるもの、がま、黒犬、水死人のたぐい」というのがあったのを、江口はおぼえると忘れられないほどだった。

Yasunari Kawabata, De schone slaapsters, vertaald door C. Ouwehand (Amsterdam: Van Gennep, 1968), p. 9.

Het door Kawabata geciteerde gedicht staat in Nakajō’s postume Prototype van een bloem:

in mijn slapeloosheid

            zet de nacht alvast dingen

                        voor me klaar:

padden, zwarte honden,

            verdronkenen en dergelijke

fumin no ware ni / yoru ga yōi shi/ kururu mono / gama, kuroinu, / suishinin no tagui

不眠のわれに夜が用意しくるるもの蟇、黒犬、水死人のたぐ

Nakajō Fumiko kashū, p. 108.

De criticus Kakehashi Kumiko 梯久美子 lanceerde de theorie dat Kawabata voor zijn roman, waarin oudere mannen de nacht doorbrengen naast de lichamen van gedrogeerde vrouwen, geïnspireerd werd door de foto van Nakajō op haar doodsbed, die op het frontispiece van Prototype van een bloem stond. [Shūkan shinchō 週刊新潮 van 13 september 2018.]

Nakajō zelf vond uiteraard dat ze meer was dan haar ziekte en had een scherp oog voor die smalle tussenweg tussen zelfbeklag en cerebrale zelfanalyse die zij wist te bewandelen:

Nu is het nog maar net het moment dat gedichten die het gevaar weerstaan te vervallen in het masochisme van de zieke of de ongemakkelijke gevoelloosheid waarmee [de dichter] zichzelf observeert en die alleen geschreven worden voor de dichter zelf hun universele waarde zijn beginnen te verzilveren.

病人の自虐に陥る危険や、自分を看視する非情のいやらしさに堪え、ひたすら自分のためのみに書く作品が普遍的な価値を僅かに掴んだばかりの今である。

‘Bewust van ongeluk’ (‘Fukō no kakushin’ 不幸の確信), mei 1954; nawoord bij Prototype van een bloemNakajō Fumiko kashū, p. 111.

Bronnen:

  • Nakajō Fumiko kashū 中城ふみ子歌集 [Verzamelde gedichten van Nakajō Fumiko] (Tokyo: Kokubunsha, 1981).
  • Katō Takao 加藤孝男 en Tamura Fumino 田村ふみ乃, Kajin Nakajō Fumiko: sono shōgai to sakuhin 歌人 中城ふみ子:その生涯と作品 [Dichter Nakajō Fumiko: haar leven en werk] (Tokyo: Kurosukaruchā Shuppan, 2020).
  • Hatsue Kawamura and Jane Reichhold, Breasts of Snow: Fumiko Nakajo: Her Tanka and Her Life (Tokyo: The Japan Times, 2004).

De foto is een still uit The Eternal Breasts aka Forever a Woman (Chibusa yo eien nare 乳房よ永遠なれ, 1955) van Tanaka Kinuyo 田中絹代 (1909-1977), over leven en sterfbed van Nakajō Fumiko. Tanaka’s film was een grote hit toen die ruim een jaar na Nakajō’s overlijden uitkwam.