Categorieën
poëzie

spinnendans

op de mast een wat vreemde

            spinnendans in uitvoering

            .

            een zwarte jongen

                        wil het weer te voorspellen

            op het zwarte schip

saki wa ayashiki / kumomai no waza // kurobō no / hiyori ukagau / fune no ue

先はあやしき蜘舞のわざ / 黒坊の日和うかゞふ船の上

Nobuchika senku 信親千句 (1655), boek 6; geciteerd in Kawamura 2014, p. 42. Kurobō (var. kuronbo) 黒坊 was het woord waarmee vroegmoderne Japanners verwezen naar de tot slaafgemaakte jongens en mannen uit Zuid- en Zuidoost-Azië in dienst van Portugezen en Nederlanders. ‘Spinnendans’ (kumomai) sloeg op een vorm van acrobatiek. De ‘omgekeerde’ prosodie (7-7 / 5-7-5) suggereert een maeku-zuke.

Van een lezer kreeg ik de vraag of er in vroegmoderne Japanse poëzie ook Portugezen voorkomen. Portugese handelaren waren in Japan actief in de jaren 1543-1639 en over de Nederlanders die daar vanaf 1600 waren is er door Japanners tenslotte nogal wat afgedicht. Mij wilde niks te binnen schieten en snel zoekwerk met onder meer als trefwoord nanban 南蛮 (‘Zuidelijke Barbaren’, de vroegmoderne term om naar Portugezen te verwijzen) leverde niets op. Ik vond welgeteld één wetenschappelijk artikel over het onderwerp. Heel curieus.

Dat ene artikel is van Kawamura Eiko (universiteit van Kyoto) en suggereert dat nanban weliswaar in vroegmodern Japan voorkomt in allerlei samenstellingen maar dan niet in poëzie. Wat je wel nogal eens in zeventiende-eeuwse haikai-verzen ziet, zo lijkt het, is het woord kurofune 黒船, ‘zwarte schepen’: de term om westerse schepen aan te duiden. Dat gaat dan in de regel om zwart geteerde Portugese schepen rond 1600.

Dat de term later ook ging slaan op de vloot van de Amerikaanse eskadercommandant Matthew C. Perry (1794-1858) in 1853 en 1854 is in deze context niet relevant.

Én zeventiende-eeuwse gedichten noemen de tot slaafgemaakte jongens en mannen uit Zuid- en Zuidoost-Azië in dienst van Portugezen — én van Nederlanders: kurobō (var. kuronbo) 黒坊.

Omdat ‘zwarte schepen’ eigenlijk niet gebruikt werd voor Hollandse schepen én omdat zowel die Portugese zwarte schepen als de tot slaafgemaakte jongens en mannen uit Zuid- en Zuidoost-Azië in dienst van Portugezen zo prominent te zien zijn op het genre kamerschermen dat bekend staan als ‘kamerschermen met Zuidelijke barbaren’ (nanban byōbu 南蛮屏風; daarvan zijn er een kleine honderd bewaard gebleven), gaat Kawamura er begrijpelijkerwijs van uit dat al deze zeventiende-eeuwse gedichten gaan over Portugese schepen.

zwarte jongens —

aan boord van die zwarte schepen

            moeten ze geweest zijn

meer nog dan aloëhout

            heerlijk geurende wierook

kurobō ya / sa zo kurofune ni / aritsuran / kyara no hoka ni mo / kahoru takimono

黒坊やさぞ黒船にありつらん伽羅の外にもかほるたき物

In Tama’egusa 玉江草 (‘Juwelenriet’, 1677); geciteerd in Kawamura 2014, p. 41. Kurobō 黒方 is sinds de Heian-periode (794-1185) óók de naam van een type wierook. Intrigerend vind ik dat de Portugezen in 1677 al 28 jaar niet meer in Japan gezien waren, zodat je je moet afvragen of dit niet over een Nederlands schip en Nederlandse slavernij gaat of om een vrij oude waka.

verkillend is

hoe het afgevuurde kanon

            weerklinken kan

de haven in zicht geraakt

            komt het zwarte schip binnengevaren

suzamajiku / utsu teppō no / oto wa shite / minato o mitsuke / hairu kurofune

冷じくうつ鉄砲の音はして湊を見つけ入る黒船

In Kan’ei jūsannen atsuta manku 寛永十三年熱田万句 (1636?), 49; geciteerd in Kawamura 2014, p. 42.

  • Kawamura Eiko 河村瑛子, ‘Kohaikai no ikokukan: nanban, kurofune, igirisu, oranda kō’ 古俳諧の異国観:南蛮・黒船・いぎりす・おらんだ考 [‘Buitenlandbeeld in oude haikai-verzen’], Kokugo kokubun 国語国文 83: 1 (2014), p. 35-51.

De afbeelding toont een detail van een zogenaamd Nanban-kamerscherm (nanban byōbu 南蛮屏風), ca. 1600-1625. Collectie Rijksmuseum Amsterdam. Te zien zijn wat de Japanners destijds ‘zwarte jongens’ (kurobō 黒坊) noemden.

2 reacties op “spinnendans”

Dank voor het inkijkje. Tja, die zwarte schepen. Daarop zoekend vond ik dat de term “witte schepen” dan weer zou verwijzen naar schepen uit ‘China’. En dan over die geur, zegt dat indirect dan ook wat over de geur van de nanban?

Dat gedicht draait om het gegeven dat kurobō twee verschillende betekenissen heeft. De verder niet genoemde Europeanen stonken, vonden vroegmoderne Japanners meestal, dus dat de nanban prettiger ruiken dan aloëhout zal niet bedoeld zijn. Ook van de slaafgemaakten zal dat bedoeld zijn, gok ik. En, inderdaad: shirofune 白船 sloeg in Edo-Japan op Chinese jonken. De Portugese Vocabulario da Lingoa de Iapam (1603) noemt ‘Xirofune’.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *