HI BI YA
.
een intense vierkant
ketenen en geweervuur en intrige
soldaten en edelmetaal en medailles en eer
hoger hoger hoger hoger hoger hoger torenen
HET PRECIEZE CENTRUM VAN DE STAD——HIBIYA
.
gebroken ruimte
eindeloze valstrikken en begravingen
begraafplaatsen voor de nieuwe intellectuele arbeiders
hoger hoger hoger hoger hoger nog hoger nog hoger
de donkere ruimten tussen hoge gebouwen
slachtpartijen en uitbuiting en ruzies
.
hoger hoger hoger hoger hoger hoger hoger
roeren roeren roeren roeren roeren roeren roeren
HI BI YA
hij gaat door——
hij gaat door——
alles naar voren
in zijn handen heeft hij zijn eigen sleutel
een nihilistische lach
een provocatieve valutadans
hij gaat door——
punt
zwijgend —begraafplaatsen— naar eeuwige begravingen
de laatste dans en dronk
de piek en de focus
hoger hoger hoger hoger hoger hoger torenende spitsen
.
hij gaat door alleen !
hij gaat door alleen !
HI BI YA
.
日 比 谷
.
強烈な四角
鎖と鉄火と術策
軍隊と貴金と勲章と名誉
高く 高く 高く 高く 高く 高く聳える
首都中央地点——日比谷
.
屈折した空間
無限の陥穽と埋没
新しい智識使役人夫の墓地
高く 高く 高く 高く 高く より高く より高く
高い建築と建築の暗間
殺戮と虐使と噛争
.
高く 高く 高く 高く 高く 高く 高く
動く 動く 動く 動く 動く 動く 動く
日 比 谷
彼は行く——
彼は行く——
凡てを前方に
彼の手には彼自身の鍵
虚無な笑い
刺戟的な貨幣の踊り
彼は行く——
点
黙々と——墓場——永劫の埋没へ
最後の舞踏と美酒
頂点と焦点
高く 高く 高く 高く 高く 高く 高く聳える尖塔
.
彼は行く 一人!
彼は行く 一人!
日 比 谷
Uit Hagiwara Kyōjirō’s Shikei senkoku 死刑宣告 (Doodvonnis, 1925), p. 94-95.

Toen ik een tijdje terug uit enthousiasme over recente vertalingen Nakahara Chūya misschien wel de eerste echte modernistische dichter van Japan noemde, werd ik op mijn plaats gezet door iemand die, terecht, vroeg: ‘Hirato Renkichi en Hagiwara Kyojiro waren geen modernistische dichters?’ Punt is dat deze twee dichters net ietsje ouder waren dan Nakahara en zonder meer het etiket ‘modernistisch’ verdienen. Waarvan akte.
Nu was ik al gefascineerd door het werk van Hagiwara Kyōjirō 萩原恭次郎 (1899-1938), zeker sinds ik een facsimile van diens bekendste bundel in handen kreeg. Hij behoorde tot een groep avant-garde kunstenaars en dichters die vooral na de Grote Kantō-aardbeving van 1 september 1923 naar uitdrukkingsvormen zochten om subjectieve ervaringen —meestal: een vervreemding—van het bestaan in een rap technologiserende massacultuur te verwoorden en te verbeelden. Die combinatie kreeg vorm in een nadrukkelijk visuele verwoording, waarop allerlei etiketten zijn geplakt: ‘neo-dadaïstisch’ [Weisenfeld 2002, p, 97], futuristisch [Hackner 2001] en expressionistisch.
Hagiwara’s bundel Doodvonnis (Shikei senkoku 死刑宣告) uit 1925 is een exuberante uiting van die programmatische totaalbenadering van de ontregelende sensaties van wat de moderniseringsproces kan aanrichten. Daarin staat onder meer zijn gedicht ‘HI BI YA’, dat gezien wordt als een kritiek op die modernisering. De intellectuelen zijn verworden tot loonslaven van het ‘intense vierkant’ dat de verknoping is van kapitalisme, militarisme, bureaucratie en politieke verrotting. [Usami Yukihiko, in Hackner 2001, p. 137-138.]
Hibiya, midden in Tokyo, was een eeuw geleden een centrum voor moderne overheidsgebouwen en bedrijfspanden waar witte-boorden-werknemers zich voegden naar de nieuwe orde. Meteen ten noorden ervan bevond (en bevindt) zich het Onnoembare: het keizerlijk paleis, symbool van de moderne natiestaat. Het was ook de plek waar begin twintigste eeuw heftige protestdemonstraties plaatsvonden — én waar in 1921 Hirato Renkichi 平戸廉吉 (1894-1922) zijn Beweging van het Futuristische Handvest (Nihon Miraiha Sengen Undō 日本未来派宣言運動) uitgeroepen had). [Gardner 2006, p. 57, 97-98.]
* * * *
Een opmerkelijke associatie is het niet, natuurlijk, maar de eerste keer dat ik gedichten van Hagiwara onder ogen kreeg moest ik onmiddellijk denken aan de expressionistische poëzie van zijn tijdgenoot Paul van Ostaijen (1896-1928) met haar ‘ritmiese typografie’. Beiden zijn gelijktijdig met dezelfde experimenten bezig om de ontregeling van de modernisering zichtbare woorden te geven en daarmee ook een politiek commentaar te hebben.
* * * *
Meer vertaalde gedichten van Hagiwara Kyōjirō zijn onder meer te vinden in poëzietijdschrift Asymptote.

Ik (her)las:
- William Gardner, Advertising Tower: Japanese Modernism and Modernity in the 1920s (Cambridge: Harvard University East Asia Center, 2006).
- Thomas Hackner, Dada und Futurismus in Japan: Die Rezeption der historischen Avantgarden (München: iudicium, 2001).
- Hagiwara Kyōjirō 萩原恭次郎, Shikei senkoku 死刑宣告 [‘Doodvonnis’] (facsimile-uitgave: Tokyo: Nihon Kindai Bungakukan, 1975; oorspronkelijk: Chōryūsha Shoten, 1925).
- Hara Kōichirō 原浩一郎, ‘Hagiwara Kyōichirō to “Hibiya”’ 萩原恭次郎と「日比谷」, blogpost op note.com, 25 februari 2020. (Ook op zijn eigen blog, 22 februari 2020.)
- Gennifer Weisenfeld, Mavo: Japanese artists and the avant-garde, 1905-1931 (Berkeley: University of California Press, 2002).
De foto toont de sectie ‘Boem paukeslag’ uit het gedicht ‘Music Hall 2’ van Paul van Ostaijen (1896-1928) in zijn bundel Bezette stad (1921). In: Paul van Ostaijen, Verzamelde gedichten (Amsterdam: Bert Bakker, 1981), p. 352-353.