In de stijl van Hanshan
Het pad eindigt op Koude Berg;
op Koude Berg veel dorre bomen.
Een ijle wind kapt hanengeschrei af;
kille wolken ontlokken een houthaklied.
Gaan en komen: dat ging zonder doel;
gericht klimmen: hoe komt dat tot een eind?
Dan weer omlaag over het pad van Koude Berg;
op Koude Berg veel dorre bomen.
倣寒山体。路到寒山尽、寒山枯木多。風高断雞唱、雲冷起樵歌。去来本無意、向上竟如何。又下寒山路、寒山枯木多。
1895. Shiki zenshū 17 (Kaizōsha, 1930), p. 418.
De haiku-dichter Masaoka Shiki 正岡子規 (1867-1902) begon al op zijn tiende of elfde Sinitische poëzie te produceren. 1895 was het haar dat hij terugkwam uit China, waar hij als journalist de Japanse troepen was gevolgd in de eerste Sino-Japanse oorlog en van nabij het oorlogsgeweld daar had meegemaakt. Het was ook het jaar dat hij voor eerst bloed spuwde, de voorbode van zijn dood door tuberculose zeven jaar later.
Dit gedicht is een nadrukkelijke verwijzing naar de legendarische excentrieke Chinese Zen-dichter Koude Berg (Ch. Hanshan, Jp. Kanzan 寒山), die vermoedelijk, mogelijk, in de achtste of negende eeuw leefde. Shiki leunt erg op het beeld van een winterse berg met kale bomen, en neigt niet direct naar de vaak wat glimlachende, onthechte toon van Hanshan’s gedichten. Sinitische poëzie over het beklimmen van een berg is meestal een beeld voor het proberen te bereiken van inzicht. Op deze berg valt niks te halen voor de dichter. Onverrichterzake daalt hij weer naar beneden af.
Overigens had Shiki een ‘ding’ met de term ‘koude berg’, omdat hij bijvoorbeeld het manuscript waarin hij 12.700 haiku uit de periode 1885-1896 thematisch rangschikte op onderwerp de titel Gevallen bomen op een koude berg (Kanzan rakuboku 寒山落木) meegaf. Een gedichtenreeks in vrij vers (shintaishi 新体詩, ‘poëzie in moderne stijl’) uit 1889 had als titel ‘Dorre bomen op een koude berg’ (Kanzan koboku 寒山枯木).
De afbeelding toont ‘Schildering van Hanshan en Shide’ (Kanzan Jittoku zu 寒山拾得図) door Kanō Sansetsu 狩野山雪 (1590-1651).