van iemand als ik
zijn hart en dus gevoelens
geheel op zichzelf
buiten mij is er verder
niemand die ze kennen kan
ware to iu / hito no kokoro wa / tada hitori / ware yori hoka ni / shiru hito wa nashi
我といふ人の心はたゝひとりわれより外に知る人ハなし
Vermoedelijk uit 1963. In Setsugo’an yawa 雪後庵夜話 (‘Nachtelijke gesprekken in de Setsugo’an’, 1967), een postuum uitgegeven bundeling van herinneringen en essays. De Setsugo’an 雪後庵 (‘Huize Na de sneeuw’) was de naam van twee opeenvolgende buitenhuizen in Atami waar Tanizaki veel van zijn romans geschreven heeft.

Van de romanauteur Tanizaki Jun’ichirō 谷崎潤一郎 (1886-1965) is dit eigenlijk de enige tanka die ik ken. Tanizaki gold (en geldt?) in het Westen als een van de Grote Drie naoorlogse romanauteurs, samen met Nobelprijswinnaar Kawabata Yasunari en Mishima Yukio. In Japan is hij nog steeds wel een grote naam, maar de Grote Drie hebben wel last van hetzelfde euvel als de Nederlandse Grote Drie (Hermans, Reve, Mulisch): dat de namen nog wel eens klinken, maar hun boeken steeds minder gelezen worden. Wel jammer, want zeker Tanizaki was een groot stilist.
Voor een overzicht van werken van Tanizaki in Nederlandse vertaling, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Junichiro_Tanizaki (‘Bibliografie’).
Literatuurcriticus Itō Sei 伊藤整 (1905-1969) heeft van dit gedicht blijkbaar gezegd: ‘Als tanka is dit een prachtstuk; de gedachte erachter en uitdrukking ervan zijn sluiten naadloos aan op de dichtstijl van Nieuwe verzameling van gedichten van vroeger en nu.’ 歌として見事であり、思想表現がそのまま『新古今』あたりの歌風の中にきちんと納まっている Maar hij was dan ook een heel groot bewonderaar van Tanizaki — en niet noodzakelijk een groot poëziekenner.
Zelf ben ik er nog niet uit. Het is zonder meer een intrigerend gedicht, dat je lezen kan als een uiting van Tanizaki’s eigenheid. Eenzaamheid of arrogantie, of beide, wie zal het zeggen?
De foto toont een serieus kijkende Tanizaki Jun’ichirō.