In Huize Rivieroever zag ik een gedicht dat iemand schreef met de strekking dat dingen die ontroeren nu eenmaal van deze wereld zijn. De mensen die zulke [gedichten] maakten, waar zijn zij gebleven? Alleen hun woorden resten ons. Dat zij uit het zicht verdwenen zijn, dat is ontroerend.
zij zullen heen zijn
die mensen die ik me voorstel
wiens juwelen woorden
nu iets uit het verleden zijn
die ook mij met droefheid vervullen
furiniken / hito o ue ka wa / tamazusa wa / mukashi ni naran / ware mo kanashi na
河原院にて人のよみかきたる哥をみていふやう、あはれなる物は世なりや、かくいろひけん人々いづちいにけん、言の葉はのこり、その人の見えずなきこそあはれなれ、といふに
ふりにけん人のうへかはたまづさは昔にならんわれもかなしな
Egyō shū 145. Ontroering (aware) draait bijna altijd om het besef van vergankelijkheid. ‘Juwelen woorden’ vertaalt tamazusa 玉梓 (let. ‘juwelen catalpa’) dat ‘brief’ of ‘boodschap’ betekent, dan wel de boodschapper zelf, omdat die brieven bevestigden aan een catalpa-staf.
De priester Egyō 恵慶法師 (actief tweede helft tiende eeuw) schreef vrij vaak gedichten in Huize Rivieroever (Kawara-no-in). Hij was namelijk lid van een dichtersgroep die vaak daar samenkwam. Die villa in het zuidoosten van de hoofdstad had op dat moment zijn gloriedagen achter zich.
Dit gedicht kent een zeker Droste-effect: de dichter staat stil bij de vergankelijkheid van een eerdere dichter die dichtte over vergankelijkheid.
De afbeelding toont het doek Et in Arcadia ego van Guercino (Giovanni Francesco Barbieri), ca. 1618-1622.