op de vergeelde
foto mijn grootmoeder die
onmiskenbaar
in Koreaanse golven
glanzender in haar jeogori
kibami-taru / shashin no sobo wa / magire naki / chōsen no nami / kirakirara chogori
黄ばみたる写真の祖母はまぎれなき朝鮮の波きらきららチョゴリ
I Chonja, ‘Sobo no shashin’ 祖母の写真 (‘Grootmoeders foto’), in Ponsona no uta (2003), p. 172. Een jeogori (Jp. chogori) is het jak dat vrouwen als onderdeel van hun traditionele Koreaanse kleding (hanbok) dragen. I’s laatste ‘regel’ is intrigerend: dat kirakirara is, denk ik, een woord dat zij zelf verzon—je vindt het in elk geval niet in een woordenboek. Het is duidelijk verwant aan het reguliere kirakira (‘[fel] glinsterend’), maar suggereert een ingetogener glimmen of glanzen. Dat sluit op zich goed aan bij de notie van een vergeelde foto en de suggestie van tijd die in golven verstrijkt die die foto oproept. Opvallend daarbij is dat door het toevoegen van die extra lettergeep ‘-ra’ de laatste ‘regel’ eigenlijk te lang wordt en namelijk acht in plaats van zeven morae (lettergrepen, zal ik maar even zeggen) telt. Het totaaleffect is de aandacht te zuigen naar die laatste woorden. (Ik had hierbij geweldige steun aan de inzichten van mijn collega Keiko Yoshioka.) Het wat ongrammaticale van de tanka heb ik in mijn vertaling proberen te reproduceren.
1 juni is Dag van de fotografie in Japan (shashin no hi 写真の日).
De tanka-dichter I Chonja (Kor. Lee Jung-ja; of, zoals ze zelf transcribeert: Lee Jungia) 李正子 (1947) is een zogenaamde ‘in Japan verblijvende’ (Jp. zainichi chōsenjin 在日朝鮮人, var. zainichi kankokujin 在日韓国人). Dat is de eufemistische benaming voor inwoners van Japan met Koreaanse wortels.
In een volgende blogpost meer hierover (inclusief de verschillende benamingen), want het is een belangrijk thema voor I Chonja, en met haar voor bijna een miljoen anderen in Japan.
De foto toont Jonge Koreaans-Japanse vrouwen (of ‘J-Koreans’) in het dorp Tenryū, Ina-district, prefectuur Nagano, 1948. Collectie The History Museum of J-Koreans (Zainichi Kanjin Rekishi Shiryōkan 在日韓人歴史資料館), Tokyo.
4 reacties op “glanzender jeogori”
Ivo, ik ken geen Japans, maar als het gedicht iets anders vertaald zou worden, dan zou het voor mij begrijpelijker en mooier worden, maar ik weet niet of dat dan nog recht doet aan het origineel…
op de vergeelde
foto mijn grootmoeder
onmiskenbaar
in Koreaanse golven
glansterend in haar jeogori
Onmiskenbaar wordt zo een koppelwoord tussen grootmoeder en glansterend (of glanzerend).
Het weglaten van het verwijzend voornaamwoord “die”, dus. Dat zou wel kunnen; ik ga eens nadenken.
Zij heeft in deze tanka met de Tang dichter Li Bai (701 – 762) gemeen dat zij ook met opzet de regels ombuigt/overtreedt om een gevoel of indruk te benadrukken. In zijn gedicht 將進酒 – Breng de wijn (mijn vertaling) wijkt Li Bai bijvoorbeeld af van de strikte jntishi (近體 詩) voorschriften die afwisselend vijf en zeven karakters per regel voorschrijven. Hij begint abrupt met tien karakters in de eerste regel gevolgd door een “reguliere” zeven:
君不見,黃河之水天上來,奔流到海不復回。
Zie je niet het water van de Gele Rivier, neerdalend uit de hemel, voortrazend naar de zee om niet meer terug te keren?
Bovendien gooit hij ook het verplichte tonale schema omver. Hij geef daarmee wel het abrupte karakter en chaos van razend water weer.
Wat betreft de transcriptie van het Koreaans, die is net zo “rommelig” als de geschiedenis van het gebied. Haar naam volgens de officiële Revised Romanization van Zuid-Korea schrijft voor I of Lee Jeong-ja. Als zij ooit officieel als Lee Sung-ja is geregistreerd, mag dat gehandhaafd worden. Aan de andere kant geeft de transcriptie Ri Jeong-ja haar noordkoreaanse wortels weer. En dan heb ik het nog niet eens over McCune Reischauer. Laten we het maar op I Chonja houden