als witte wolken

                  [Gedicht toen men een dichtwedstrijd hield in het huis van de voormalig opperminister van Kyōgoku:]

als witte wolken

            komen zij me voor: een teken

                        dat in schoon Yoshino

op Yoshino’s bergen

            de bomen vol in bloei staan

shirakumo to / miyuru ni shirushi / miyoshino no / yoshino no yama no / hanazakari kamo

 京極前太政大臣の家に歌合し侍りけるによめる
白雲と見ゆるにしるしみよしのの吉野の山の花ざかりかも

Shika wakashū 1-22. Gedicht voor ‘De dichtwedstrijd in zeven ronden bij het Kaya-paleis’ (Kaya no in shichiban uta-awase 高陽院七番歌合) in de achtste maand van 1094. De bloesems bestaan dus alleen in het hoofd van de dichter. ‘De voormalig opperminister van Kyōgoku’ is Fujiwara no Morozane 藤原師実 (1042-1101). Masafusa varieert hier op een oudere waka (Gosen wakashū 3-117, ‘dichter onbekend’):

            Toen, nadat iemand die overwoog priester te worden naar de provincie Yamato ging en daar enige tijd verbleef, er vanuit het huis van iemand met wie hij ooit een relatie had gehad de woorden kwamen ‘hoeveel maanden geleden was het dat de bloesems bloeiden?’:

            in schoon Yoshino

                        op Yoshino’s bergen

                                    kersenbloesems:

            alleen maar witte wolken

                        lijk ik te kunnen zien

miyoshino no / yoshino no yama no / sakurabana / shirakumo to nomi / miemagaitsutsu

 法師にならむの心ありける人、大和にまかりて、程ひさしく侍りてのち、あひ知りて侍りける人のもとより「月ごろはいかにぞ、花は咲きにたりや」と言ひて侍りければ

み吉野のよしのゝ山の桜花白雲とのみ見えまがひつゝ

Een geestelijke hoopt op witte wolken weg te kunnen drijven van het aards bestaan. Edwin Cranston vertaalde de oude vorm ‘mi-yoshino’ al vroeg als ‘fair Yoshino’; die briljante vondst heb ik geprobeerd te reproduceren in het Nederlands.

                  Gedicht toen men in het huis van de eerste minister sake nuttigde en gedichten schreef, op het thema ‘in de verte zie je de bergkers’:

op Takasago’s

            hoge heuveltop staat de kers

                        in volle bloei

dat op nabije heuvels lentenevel

            toch maar niet opstijgen moge

takasago no / onoe no sakura / sakinikeri / toyama no kasumi / tatazu mo aranan

 内大まうちぎみの家にて、人々酒たうべて歌よみ侍けるに、遥かに山桜を望むといふ心をよめる
高砂の尾上の桜咲きにけり外山の霞たゝずもあらなん

Goshūi wakashū 2-120; Hyakunin isshu 73. Lentenevel (kasumi) op nabije bergen (toyama) zou het zicht op de verder gelegen kersenbloesems ontnemen.

                  Gedicht op ‘In de verte zie je bloesems in de bergen’:

de Hatsuse-berg:

tussen wolken zijn bloesems 

            volop in bloei

zodat op de hemelstroom golven

            hun schuimkoppen laten zien

hatsuseyama / kumoi ni hana no / sakinureba / ama no kawa nami / tatsu ka to zo miru

 遥見山花といへる事をよめる
初瀬山雲ゐに花のさきぬれば天の川波たつかとぞみる

Kin’yō wakashū 1-51. ‘De hemelstroom’ (ama no kawa) is de Melkweg.

            Op ‘bloesems in het geboortedorp’:

kersen bloeien

            in de hoofdstad die Nara was

                        rondom kijkend

werkelijk overal dezelfde

            dubbelbloemig witte wolken

sakura saku / nara no miyako o / miwataseba / izuku mo onaji / yae no shirakumo

 故郷花といふことを
桜さく奈良の都を見わたせばいづくもおなじ八重の白雲

Gyokuyō wakashū 2-186. Nara (formeel destijds: Heijō) was in de achtste eeuw Japans eerste permanente hoofdstad; in de Heian-periode, toen Kyoto (‘Heian’) de hoofdstad was geworden, werd Nara daarom wel ‘de hoofdstad Nara’ (nara no kyō ならの京) of ‘het oude dorp’ (of ‘het geboortedorp’, furusato) genoemd (beide namen zie je al in de eerste episode van de tiende-eeuwse De Ise-vertellingen [Ise monogatari]). De elegante, zij het wat sleetse verwarring, dat kersenbloesems en wolken zich moeilijk van elkaar onderscheiden laten, wordt hier versterkt door wolken aan te duiden met een verwijzing naar de term yaezakura 八重桜, de dubbelbloemige kers (let. ‘acht [of: veel]-lagige kersenbloesem’).

                  Gedicht op ‘kersenbloesems’, ten tijde van de teruggetreden vorst Horikawa, toen elk honderd gedichten aanbood:

bergkersbloesem:

wanneer mijn hart in duizend

            stukken breken zal

zal met elk vallend bloemblad

            elk stuk volgen in elke val

yamazakura / chiji ni kokoro no / kudakureba / chiru hana goto ni / sou ya aruran

 堀川院の御時、百首の歌奉りける時、桜をよめる
山ざくらちゞぢに心のくだくれば散る花ごとにそふにやあるらん

Senzai wakashū 2-84.

Ōe no Masafusa 大江匡房 (1041-1111) blijft me fascineren: ambtenaar, bestuurder, geleerde, dichter van Sinitische en Japanse poëzie, cultureel antropoloog, wijsneus. Ook hij ontkwam er niet aan waka over kersenbloesems te schrijven. Daarbij wilde hij een gebruikelijk cliché niet vermijden: kersen bloeien in Japanse poëzie op bergen (vooral die bij Yoshino zijn beroemd), waar zij gemakkelijk te verwarren zijn met witte wolken.

De foto toont een stof met kersenbloesem-motief.

een vloek over haar dochter

            De zevende van de dertiende

            .

voor iemand van over de zeventig

zal ik make-up gaan kopen

en om haar vlekken en rimpels te bedekken

foundation

            .

toen ik haar voor het eerst ontmoette

was zij nog in de twintig

nogal ongelukkig getrouwd

met een ontevreden uitdrukking

verschoonde zij haar baby

            .

ook toen zij in de dertig was

keek zij niet bepaald blij

haar voet pompend op een ratelende naaimachine

maakte zij onbegrijpelijkheden

            .

toen zij in de veertig was

las zij stiekem haar dochters dagboek

opende zij de brieven die voor haar dochter kwamen

sprak zij een vloek over haar dochter uit nooit gelukkig te zullen zijn

de vloek was zo krachtig

dat haar dochter elke dag hoofdpijn had

            .

hoe zij in de vijftig was weet ik niet

omdat ik toen ver van huis was gegaan

            .

ook hoe zij in de zestig was weet ik niet

omdat ik niet één keer ben terug geweest

            .

toen haar na twintig jaar ik weer ontmoette

was zij in de zeventig

meer dan een moeder was zij een bejaarde

dat mijn eigen moeder

op een dag een bejaarde worden kon had ik nooit gedacht

dus was ik wat verrast

            .

ik was in de veertig toen ik

de boodschappenlijstjes las die zij geschreven had

de facturen opende die aan haar gericht waren

haar rekeningen betaalde

            .

voor iemand van over de zeventig

zal ik make-up gaan kopen

toch kan ik haar toen ze in de veertig was

nog niet vergeven

            .

om haar vlekken en rimpels te bedekken

foundation

en misschien dat ik dan daarmee

mijn eigen gevoelens

kan proberen te bedekken

            .

 十三月七日
            
.
七十をいくつか過ぎた人のために
化粧品を買いに行く
シミとシワをきれいに隠してくれる
液体のファンデーションを
            
.
初めて会った頃
この人はまだ二十代だった
あまり幸せではない結婚をして
不機嫌な顔で
赤ん坊のおしめを替えていた
            
.
三十代のこの人も

楽しそうには見えなかった
カタカタカタとミシンを踏んでは
わけのわからないものを作っていた
            
.
四十代のこの人は
娘の日記をこっそり読んで
娘にきた手紙を勝手に開けた
娘が幸せにならないよう呪いをかけた
呪いは実によく効いたので
娘は毎日頭痛で悩んだ
            
.
五十代のこの人を知らない

わたしは遠く家を出たから
            
.
六十代のこの人も知らない
一度も帰らなかったから
            
.
二十数年ぶりに会ったこの人は
七十をいくつか過ぎていて
母というより老人だった
自分の母が
老人になる日がくるとは思わなかったので
ちょっと驚いた
            
.
四十代になったわたしは
この人の書いた買い物メモを読み
この人宛ての請求書を勝手に開けて
支払いをすませる
            
.
七十を過ぎたこの人のために
化粧品を買いに行く
四十代の頃のこの人を
まだ許してはいないのに
            
.
シミやシワをきれいに隠す
液体のファンデーション
わたしはそれで
自分のこころを
隠そうとしているのかもしれない

In 2004 publiceerde Hirata Toshiko 平田俊子 (1955) haar bundel Shi nanoka 詩七日. Die titel is bewust dubbelzinnig: shi betekent in beide lezingen ervan ‘gedicht’, maar nanoka kan zowel ‘zevende dag’ betekenen (七日) als een existentiële vraag aanduiden (なのか). Een vertaling van de titel kan dus zowel Gedichten van de zevende zijn als Is dit poëzie?. Elk gedicht heeft als titel ‘zevende dag van de XX-e maand’: ‘de zevende van de eerste’, ‘de zevende van de tweede’, enzovoorts. Bevreemding treedt op wanneer de jaarcyclus voorbij lijkt maar de telling van de maanden gewoon doorgaat. Dit gedicht is het dertiende in de reeks van vierentwintig.

De afbeelding toont het werk ‘Zeenimf’ (Stof, wol, plastic en kapok, 1978) van Paula Rego (1935).

hij zingt!

in lentevelden

            zingt-ie! de struikzanger

om hem te lokken

            zijn in de tuin van mijn huis

                        pruimenbloesems gaan bloeien

haru no no ni / naku ya uguisu / natsukemu to / waga he no sono ni / ume ga hana saku

波流能努尓奈久夜汙隅比須奈都氣牟得和何弊能曽能尓汙米何波奈佐久

Man’yōshū 5-841/837, door ‘belastingcontroleur’ (sanshi 笇師) Shiji no Ōmichi 志氏大道, in 730. Lange tijd is de uguisu 鶯 abusievelijk als ‘nachtegaal’ vertaald. ‘Struikzanger’ (Eng. bush warbler) is adequater. De zang van deze vogel kondigt de lente aan.

De afbeelding toont een uguisu op pruimentak, door Utagawa Hiroshige, 1843-1844 (detail). Collectie Rijksmuseum.

het kansspel van de liefde

            [Thema: maan]

wat een verrassing!

tegen wie had zij ingezet

            het licht van de maan

                        die haar laatste hand verspeelt

                                    en haar wolkenkleed uittrekt?

obotsukana / tare ni uchi-irete / tsukikage no / kumo no koromo o / nugite miyuran

おほつかなたれにうち入て月かけのくもの衣をぬきている覧

‘Je kleren [moeten] uittrekken’ (koromo o nugu) komt heel erg in de buurt van het Nederlandse ‘tot op het hemd uitgekleed worden’. Kleren waren een betaalmiddel en een inzet in het gokspel. Hier wordt de maan voorgesteld als speler die stelselmatig verkeerd gegokt heeft. Het beeld van de maan die haar wolkenkleed uittrekt was in 1094 al eens bij een dichtwedstrijd gebruikt door Minamoto no Toshiyori 源俊頼 (1055?-1129). Die striptease werd toen door deelnemers als hoogst schokkend ervaren:

            boven de bergrand

                        trekt zij haar wolkenkleed

                                    uit en werpt die weg

            geheel alleen klimt de maan

                        steeds hoger en hoger

yama no ha ni / kumo no koromo o / nugisutete / hitori mo tsuki no / tachinoboru kana

            [Thema: liefde]

mijn grote liefde

            heb ik al half verloren:

van het speelbord

            uitgesloten kan ik jou

                        niet langer nog ontmoeten

waga koi wa / kata-okure naru / suguroku no / warete mo hito ni / awan to zo omou

我こひはかたおくれなるすくろくのわれても人にあはんとそおもふ

Sugoroku 双六 (het gedicht geeft de oudere vorm suguroku, let. ‘de dubbelzes’) is een bordspel dat een oude variant is van backgammon. Het wordt in Japan al sinds de zevende eeuw gespeeld. Omdat het al snel bij uitstek als gokspel werd gebruikt, werd het spelen ervan aan het hof verboden; voor het eerst gebeurde dat in 690, maar de herhalingen van dat verbod suggereren dat men zich er niet aan hield.

De dichtwedstrijd der ambachten in de Tōhoku’in (Tōhoku’in shokunin uta-awase 東北院職人歌合, 1214), 5 ronden-versie, Ronde 4, Team Rechts.

Het concept ‘ambachtslui’ (shokunin 職人) in middeleeuws Japan kreeg ruim aandacht van sociaal historici. Intrigerend is dat in elk geval in de vroege dertiende eeuw er blijkbaar consensus was dat ook gokkers (baku’uchi of bakuchi 博打) een beroepsgroep vormden met een specifieke, professionele expertise. De roulette- of pokertafel van de klassieke en vroegmiddeleeuwse gokkers was het backgammon-bord (suguroku, later sugoroku 双六, let. ‘de dubbelzes’, met de latere naam ban sugoroku 盤双六, ‘bord-sugoroku’ — in tegenstelling tot een variant op ganzenbord, het later ontwikkelde e-sugoroku 絵双六 of ‘plaatjes-sugoroku’). Dat backgammon-bord is hierboven ook afgebeeld.

Over het middeleeuwse genre ‘dichtwedstrijd der ambachten’ (shokunin uta-awase 職人歌合), dat ruwweg van de dertiende tot en met de zestiende eeuw bestond, in een volgende blogpost meer. Hoe dan ook waren het nooit de ambachtslui zelf die de gedichten schreven, maar dichters uit de (hof)adel die zich verplaatsten in het beroep in kwestie en er een spel van maakten beroepsspecifieke verwijzingen in het gedicht op te nemen. In dit specifieke geval hebben we mogelijk te maken met een literair experiment van een teruggetreden vorst (Go-Toba 後鳥羽院, 1180-1239) of hooggeplaatste prelaat (Jien 慈円, 1155-1225).

De gokker is een bescheiden archetype in de literatuur van de Heian-periode (794-1185). Deze beroepsgokker is in de dubbele betekenis een verliezer: dat hij naakt naast zijn backgammon-bord zit betekent dat dat hij zelfs zijn hemd verspeeld heeft. (Let erop dat zelfs in zijn naaktheid hij nog zijn slappe kap [nae-ebōshi 萎烏帽子] op houdt; zonder hoofddeksel was je als man in het klassieke Oost-Azië naakter dan naakt.) In zijn tweede gedicht is hij ook verliezer in de liefde. In een variante tekst van deze dichtwedstrijd (de 12 ronden-versie, Ronde 9) speelt ook het alternatieve gedicht van de gokker op het thema ‘Liefde’ met zulk verlies:

uit volle macht

            gestreden tot het einde

is de inzet

            niet voldoende en verzetten zich

                        de kansen in het liefdesspel

waritatete / kioi-hateraru / irigane no / awaji to sumau / koi mo suru kana

わりたてゝきほひはてたるいりかねのあはしとすまふ恋もする哉

De afbeelding toont de gokker (baku’uchi of bakuchi 博打) in de Tōhoku’in shokunin uta-awase emaki 東北院職人歌合絵巻 (‘Rolschildering van de dichtwedstrijd der ambachten in de Tōhoku’in’, 5 ronden-versie), 14e eeuw. Collectie Tokyo National Museum. Niet vertaald is het juryoordeel.

op weg naar Europa

            Vrij gedicht

Aan boord lijkt werkelijk niets op het gehaast van thuis;

uitgeslapen zie ik door het raam het stralend ochtendlicht.

Er klinkt een klop op de deur, een stem komt me wekken:

daar brengt men dan gedienstig een geurende kop koffie.

雑詩。舟中不似在家忙。眠足窓前認曙光。鳴鈬数声催我起。薦来骨喜一杯香。

31 augustus 1884, aan boord van een Frans stoomschip (de Mensalé [?] — Yamasaki Kuninori’s Ōgai-biografie geeft メンザレエ) met bestemming Marseille, in de haven van Hongkong.

In de zomer van 1884 reisde de tweeëntwintigjarige Mori Rintarō, later bekend onder zijn schrijversnaam Mori Ōgai 森鴎外 (1862-1922), af naar Europa. Hij zou vier jaar in Duitsland blijven om er medicijnen te studeren. Na terugkomst in Japan publiceerde hij met het nog steeds rake en rijke verhaal ‘De danseuse’ (Maihime 舞姫, 1890) een ijkpunt in de moderne Japanse literatuur.

In de jaren ’80 van de vorige eeuw verschenen twee van Ōgai’s romans in Nederlandse vertaling: het prachtig uitgegeven Ogai Mori, De wilde gans, vert. R.R. Schepman (Amsterdam: Coppens en Frenks, 1985); en Ogai Mori, Vita sexualis, vert. C.I.H. Arkenbout (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1988). Tijd voor een heruitgave? Zijn korte verhaal ‘In verbouwing’ uit 1910 (dat je zou kunnen lezen als een coda bij zijn ‘De danseuse’) is vertaald in: Luk Van Haute, red. en vert., Liefdesdood in Kamara (Atlas Contact, 2014) — dat in januari jl. herdrukt is in paperback!

De foto is een still van het laatste shot van de film Maihime / Die Tänzerin (1989) van Shinoda Masahiro, naar het gelijknamige verhaal uit 1890 van Mori Ōgai.