Categorieën
poëzie

de tanka als de vorm

in dat laatste moment

            wat zoal in vredesnaam

                        kan ik meenemen?

een doodsgedicht moet er zijn

            de tanka als de vorm ervoor

saigo ni wa / ittai nani o / moteyukamu / jisei mo arubeki / tanka no utsuwa

最期には一体なにをもてゆかむ辞世もあるべき短歌のうつは

Kanechiku Nobuyuki, Kaigen zengo 2016-2019, p. 17, no. 72.

Een blog is per definitie particulier, vermoed ik. Daarmee bedoel ik dat het typisch het product is —grap ik graag— van witte mannen van middelbare leeftijd in de verwachting dat ze daarmee de wereld zullen veranderen, of van influencers die de suggestie van hun authenticiteit te verkopen hebben. Afijn, deze blogpost is in elk geval hoogstpersoonlijk. Ik schrijf die wel met enige schroom, omdat vermoedelijk geen enkele lezer van dit blog enig idee heeft wie de man in kwestie was. Dus dit bericht is vooral voor mezelf.

Hij kwam in dit blog al een paar keer voorbij, zij het misschien door lezers nauwelijks opgemerkt: Kanechiku Nobuyuki 兼築信行 (1956-2026) — nogal eens als ‘een zeer gewaardeerde collega’. Deze tanka van hem stamt uit 2017. Eerder deze maand overleed hij, toch onverwacht, op zeventigjarige leeftijd: ‘te vroeg’, om dat cliché maar uit de kast te trekken. Het is een uitdrukking die niet in de buurt komt van hoe groot de schok is die ik daarbij ervaar. ‘It is a curious thing that when one speaks from the heart it is invariably in the worst of taste’, laat Ngaio Marsh haar gemankeerde held Roderick Alleyn al in 1938 zeggen. [Death in a White Tie]

Het is een schok die vertraagd binnenkomt, merk ik. De vierentwintig uur na zijn overlijden was ik vooral bezig met logistiek. Hoe zorg ik dat ik een bijdrage aan de wake kan leveren? Krijg ik contact met zijn weduwe? Heb ik nog een nieuw bericht via Messenger van een iemand die nu bij de wake aanwezig is? Dat werk. Nu we bijna drie weken verder zijn begint het gat in mijn buik te zeuren.

Laat ik vooropstellen dat, vooral omdat hij zowel binnen als buiten Japan een waanzinnig breed netwerk had, er veel mensen zijn die een veel intiemere band met hem hadden dan ik. Wel was hij iemand die ik, eigenlijk altijd met zijn vrouw —en dat zegt veel over hem denk ik—, zo’n beetje elke keer dat ik in Tokyo was opzocht om samen te eten en (beken ik) te drinken.

Ons contact kwam in de eerste plaats voort vanwege ons gedeelde vakgebied. Kanechiku Nobuyuki was een van de meest vooraanstaande experts op het gebied van vroegmiddeleeuwse waka die Japan de laatste decennia gekend heeft. Het was die expertise die hem —terecht— zijn aanstelling bezorgde bij de Waseda Universiteit, een van Japans beste privéuniversiteiten en het instituut waaraan hij sinds zijn dagen als student verbonden bleef. Hij had de gave om zijn fenomenale vermogen de fysieke aspecten (de ‘materialiteit’) van oude handschriften te ontcijferen te vertalen naar baanbrekende inzichten in de culturele praktijken van de middeleeuwse hofcultuur.

Wat zo’n mini-CV niet vertelt is dat hij een behoorlijk quirky karakter had, met groot gevoel voor humor, die vaak met een wat uitgestreken gezicht werd gebracht. Mijn eerste herinnering aan hem dateert van zo’n vijfendertig jaar geleden, toen ik mocht aanschuiven bij de Sanboku no Kai 散木の会, een lees- en onderzoeksgroep die zich door de verzamelde poëzie van de vroeg-twaalfde-eeuwse dichter Minamoto no Toshiyori 源俊頼 (1055?-1129) werkte. Kanechiku was een van de leden ervan. Het was weer eens een bloedhete zomer en hij stuurde me een briefkaart met een foto van flesjes Ramune-limonade in een bak ijs. Verkoeling op bedrukt karton.

Zijn gedichten signeerde hij regelmatig met ‘Richtingloze Oude Man’ (Uō-saō 右往左翁), een woordspeling die varieert op de uitdrukking ‘verward heen en weer hollen’ (uō-saō 右往左往). Nogal wat van zijn tanka spelen woordspelletjes én verwijzen naar klassieke gedichten, wat ze lastig te vertalen maakt. Bij andere komt, denk ik, zijn eigenzinnige associatievermogen ook in vertaling wel tot uiting. Bedenk daarbij dat hij de poëzie kant en klaar uit zijn mouw leek te kunnen schudden. 

een tanka, dat is

            ontegenzeggelijk

                        een tekst, dus

voor open tentamenvragen

            is ze bij uitstek geschikt

tanka to wa / magire-tagawazu / bun nareba / kijutsu no toi ni / ito tsugizugishi

短歌とはまぎれたがはず文なれば記述のとひにいとつきづきし

Kanechiku, Kaigen zengo 2016-2019, p. 47, no. 246 (2017).

Maar zijn dichterspalet was breder dan dat.

            Weemoed:

de jazz waarnaar

            ik leerde luisteren

                        als student

                                    toen ik nog woonde

                                                in Shinjuku — die nachten daar

jazu o kiku / koto naraitaru / gakusei no / koro sumiorishi / shinjuku no yoru

    懐旧
ジャズをきくことならひたる学生のころすみをりし新宿のよる

Kanechiku, Kaigen zengo 2016-2019, p. 29, no. 138 (2017).

Links: Een boodschap van Kanechiki Nobuyuki op zijn nieuwjaarskaart 2021 (‘Vorig jaar heb ik een tankabundel uitgebracht.’). Rechts: de omslag van zijn tankabundel, met aanprijzing door Tawara Machi.

Deze gedichten komen alle uit zijn tanka-bundel Kaigen zengo 2016-2019 改元前後 2016-2019 (‘Verandering van tijdperk, 2016-2019’, Tokyo: Kachōsha, 2020). Een uitleggerige vertaling van deze titel is ‘Rondom de periodenaamwisseling’. In 2019 besteeg de huidige keizer van Japan de troon en daarmee begon een nieuwe regeerperiode en dus ook een nieuwe regeerperiodenaam. Het lijkt me dat er ook een andere ‘verandering van tijdperk’ geïmpliceerd wordt: het tijdperk dat de dichter binnentreedt na het overlijden van zijn moeder.

brood vind ik maar niks

zegt mijn moeder, maar

een kant-en-klaar broodje

            snijdt ze in kleine stukken

                        en heeft dat als middagmaal

pan to wa iya / haha wa iedomo / chōri-pan o / komaka ni kirite / hiruge ni atetsu

パンとはいやはははいへども調理パンをこまかにきりてひるげにあてつ

Kanechiku, Kaigen zengo 2016-2019, p. 19, no. 87 (2017). Hiruge 昼餉 is een archaïsche term voor de lunch.

dat je van de stress

            de hele tijd gespannen

                        en stijf staat

dat is dus kinderlijke piëteit

            moet ik maar aannemen

sutoresu o / tsune ni kanjite / iru koto ga / sunawachi kō to / iu koto naramu

ストレスをつねに感じてゐることがすなはち孝といふことならむ

Kanechiku, Kaigen zengo 2016-2019, p. 57, no. 303 (2017).

in het ziekenhuis

            laat ik mijn moeder liggen

onder een herfstmaan

byōshitsu ni / haha okisarite / aki no tsuki

病室に母置き去りて秋の月

Kanechiku, Kaigen zengo 2016-2019, p. 136, no. 700 (2019).

op het punt van sterven

            is mijn moeder wier gezicht

                        mij zo dierbaar is

het kussentje van mijn wijsvinger

            leg ik er tegenaan

shinamu to suru / haha no mikao no / itoshikute / hitosashiyubi no / hara o ategau

しなむとするははのみかほのいとしくてひとさしゆびのはらをあてがふ

Kanechiku, Kaigen zengo 2016-2019, p. 151, no. 795 (2019).

Kanechiku’s bundel kwam met een aanprijzing door tankadichter Tawara Machi 俵万智 (1962):

Soms doet de god van de poëzie iets geraffineerds. Alsof die hem opeens een surfplank aanreikte, stimuleerde hij een onderzoeker van klassieke waka om zelf tanka te gaan schrijven. Het resultaat van surfen op de allergrootste golven van een mensenleven is deze dichtbundel. Terwijl we met open ogen zijn eigenzinnigheid en kleurenpracht in ons opnemen wordt het hart geraakt.

歌の神様は、時に粋なことをなさる。古典和歌の研究者に、ひょいとサーフボードを与えるように短歌の実作を促した。人生の最も大きな波を乗りこなした結果が、この歌集だ。自在さと多彩さに目を瞠りつつ、胸が熱くなる。

Zijn weduwe laat me weten dat er binnenkort een tweede bundel van hem uitkomt.

ご冥福を心よりお祈り申し上げます。

[30 juli 2026] Vandaag bracht de postbode een dikke bundel wetenschappelijke artikelen die Kanechiku vorig jaar had geredigeerd en waarvan hij nog vlak voor zijn overlijden de drukproeven had gecorrigeerd. De bundel draagt de programmatische titel ‘Het plezier van onderzoek naar persoonlijke poëzieverzamelingen’ (Shikashū kenkyū no yuetsu 私家集研究の愉悦) en is net uitgekomen. De bijdragen zijn van de hand van zijn oud-studenten — een project met oog op zijn emeritaat dat volgend jaar zou zijn; hij wist er ruim 650 pagina’s mee te vullen. Het zegt allemaal veel over hem. Aan zijn nawoord bij die bundel voegde hij op het laatste moment nog een PS toe. Het is zijn doodsvers, gedicteerd vlak voordat de ambulance hem in maart jl. kwam ophalen.

(Naschrift)

Dit nawoord dateert van december 2025, toen ik het manuscript inleverde. Daarna werd een hersentumor geconstateerd en verslechterde mijn toestand.

            in een groots

            patroon

                        worden mensen geboren

                                    leven ze

                                                en bewegen richting de dood

            ieder op hun eigen manier

ōinaru / ruikei ni koso / hito wa umare / iki / shi ni itaru / hito no sorezore

【追記】
この跋は、二〇二五年十二月入稿の際のものである。その後、脳腫瘍を発症し、覚束なくなった。
  おほいなる 類型にこそ ひとはうまれ いき しにいたる ひとのそれぞれ

Kanechiku Nobuyuki 兼築信行, red., Shikashū kenkyū no yuetsu 私家集研究の愉悦 (Tokyo: Kyūko Shoin, 2026), p. 662.

De foto toont het Noordzeekanaal gezien vanaf ZAMU (Zaanstad Amsterdam Museum). Toen ik deze foto in mei 2022 op FaceBook postte, dichtte Kanechiku Nobuyuki spontaan:

als de avond valt

wil iedereen in Nederland

            langs kanalen gaan

yū sareba / tare mo oranda / ungasobi

ゆふさればたれもオランダ運河ぞひ

Zoals hij destijds zelf meteen opmerkte is het laatste woord van deze haiku (een spilwoord, Jp. kakekotoba) geforceerd: het is een samentrekking van unga (‘kanaal’) en asobi (‘spelen’); unga-asobi dus eigenlijk, ‘spelevaren langs kanalen’ zou een vertaling kunnen zijn.

Categorieën
poëzie

wegen over zee

langs wegen over zee

            langs wegen over land zwervend:

mensen uit het volk

            werden allemaal een gedicht

voor Renzen en voor Saigyō

umi no michi / kuga no michiyuki / tamikusa o / uta ni yomikeri / renzen saigyō

海のみちくがの道行き民草をうたに詠みけり蓮禅西行

Impromptu-vers van Zomaar-een Professor (Tadano Kyōju 只乃教授), 5 oktober 2023. Achter die naam gaat Kanechiku Nobuyuki 兼築信行 schuil, een tanka-dichter en hoogleraar middeleeuwse Japanse poëzie aan de Waseda-universiteit te Tokyo. 

Ik gaf er afgelopen week een lezing over twee vroegmiddeleeuwse monniken uit kringen rond het hof, die hun reizen (vaak per boot) gebruikten om ‘gewone mensen’ (shomin 庶民) op te voeren in hun poëzie. De ene monnik is Saigyō 西行 (1118-1190), die waka schreef; de ander is Renzen 蓮禅 (1084?-na 1149), die Sinitische gedichten pende.

Twee keer het hier vertaalde gedicht, in kalligrafie van Kanechiku Nobuyuki. Het gedicht werd twee keer meerstemming gereciteerd.

Nu passen deze gedichten van Saigyō en Renzen helemaal in een grotere trend in de poëzie van de twaalfde eeuw om mensen en beroepen die heel ver van de wereld van het hof afstonden te zien als vernieuwende thematiek. Groot verschil met de hovelingen die daarover fantaseerden is dat deze twee monniken er daadwerkelijk op uit gingen en ver van de hoofdstad interacties hadden met ‘het volk’ (tami ). Afstand tussen monniken met een afkomst uit hofkringen en vissers of marskramers zal er zeker gebleven zijn, maar met eigen inleidingen bij hun waka (kotobagaki 詞書) en ‘zelfcommentaar’ (jichū 自注) bij hun Sinitische coupletten onderstreepten beide monniken een zekere spontaan-documentaire waarde van hun poëzie.

            Vissers voeren uit naar de straat van Ushimado, vissend naar iets dat zij ‘sadae’ noemen; ik zag hen energiek hun bootjes de zee op dirigeren:

schelpdieren wonen

            in spleten tussen rotsen in zee

                        daarnaar op zoek gaan

de vissers steeds haastig voort

            en vormen een spektakel

sadae sumu / seto no ihatsubo / motome-idete / isogishi ama no / keshiki naru kana

 牛窓うしまど瀬戸せと海人あまでいりて、さだえと(まうす)ものをりてふねれ\/しけるを
さだえ瀬戸せとの岩つぼもとでていそぎし海人あま気色けしき(なる)かな

Een waka van Saigyō. Sankashū 1376. ‘Sadae’ is de lokale naam van een of ander schelpdier. ‘Vissers’ is mijn vertaling hier voor ama 海人 (let. ‘mensen van de zee’), wat vaak met ‘duikers’ vertaald wordt omdat ama ook nogal eens doken naar eetbaar zeewier.

            Gedicht over wat ik zag in Kashinomiya

                                                            Priester Renzen

Het einde van de Tweede Maand: een helder lentelandschap

en een niet voorgenomen verlengd verblijf in het gastvertrek.

Een scharlaken mist verduistert de zon voorbij het bergdorp;

witte zilverreigers zijn op zoek naar vis, hier aan waterkant.

De geschonken rijstkoek snijdt mijn dienaar zorgvuldig aan;

            Discipelen kwamen van ver om mij rijstkoek te schenken. Daarom schrijf ik dit.

aan plaatselijke zoutverkopers verklaar ik het nauwgezet.

            Zoutverkopers kwamen aan de deur en vroegen grappend naar de beloning van de Ware Dharma. Ik gaf hen heel gedetailleerd antwoord.

Sinitisch riet groeit aan de oude oever: waar bleef de lentedauw?

            Aan de oude oevers groeien plukken riet. De plaatselijke ouderen zeggen dat het een soort Sinitisch riet is dat vroeger is aangeplant en dat in geen van de vier seizoenen verwelkt.

Chinese bamboe vormt verwilderde hagen, gehuld in donkere mist.

            Naast het overheidskantoor staat een are aan bamboe. Daarom schrijf ik dit.

Oude vissers verlaten hun bootjes om wijn te kopen gaan;

koksjongens zitten bij de oven, hun handen vol met brandhout.

Vanzelf kreeg ik de ingeving om voor mijn karma goed te doen

en ging dus naar een nabije tempel om de Boeddha eer te brengen.

於香椎宮賦所見之事。釈蓮禅。二月三旬韶景天。不図客舍暫留連。紅霞礙日山村外。白鷺伺魚水巷辺。献餅丁寧家僕切。門人自遠郡献餅。故云。売塩子細土民伝。門前有売塩之者。戯問直法。子細答之。唐蘆岸古何春露。古岸有蘆葦之叢。邑老語云。古人殖唐蘆之種。四時不枯也。呉竹籬荒只暮煙。官舍之傍。有一畝之竹。故云。漁老下舟尋酒典。廚児就竈採柴煎。自然今遇善根事。近詣道場礼大仙。

Honchō mudaishi 7-486. In Renzen’s zelfcommentaar bij de zesde regel laat hij marskramers vragen naar de jikihō 直法, wat zowel ‘Ware Dharma’ (leer van de Boeddha) betekenen kan als de prijs van iets. De ‘wijn’ in regel 9 is een oude vorm van (troebele) sake.

De afbeelding toont een boot met een gezelschap monniken, in de Geïllustreerde biografie van de eminente Hōnen (Hōnen shōnin eden 法然上人絵伝, 14e eeuw). Collectie Chion’in 知恩院, nu in het Kyoto National Museum.