uitzwaaien

            Natsume Sōseki uitzwaaien bij zijn vertrek naar Iyo

Ga nu maar, die drieduizend mijlen ver;

als ik je uitzwaai steekt de avondkilte op.

In de hemel zweeft de grote berg;

op zee zwellen hoge golven aan.

In de rimboe zijn vrienden schaars;

snotapen hou je moeilijk bij de les.

In de aprilmaand zien wij elkaar weer:

wees op tijd, zodat er nog bloesems resten.

送夏目漱石之伊予。去矣三千里。送君生暮寒。空中懸大岳。海末起長瀾。僻地交遊少。狡児教化難。清明期再会。莫後晩花残。

In januari 1896 zwaaide Masaoka Shiki op het station Shinbashi te Tokyo zijn vriend Natsume Sōseki uit, die na een bezoek terugging naar zijn baan als leraar Engels in Matsuyama, op het eiland Shikoku (in de titel van het gedicht aangegeven met de oude plaatsnaam ‘Iyo’). Shiki was overigens zelf in deze plaats opgegroeid. De ‘grote berg’ verwijst naar de Fuji, die Sōseki onderweg vanuit de trein zou zien.

De illustratie uit 1901 door Yamamoto Shōkoku 山本松谷 (var. Shōun 昇雲; 1870-1965) is getiteld ‘Station Shinbashi’ (shinbashi teishajō no zu 新橋停車場之図), en komt uit het tijdschrift Fūzoku gahō 風俗画報 (‘Geïllustreerde zeden en gewoonten’). Het is een scène met internationaal karakter: rechts is een Europese of Amerikaanse moeder met haar twee kinderen te zien, geheel rechts twee Chinezen, herkenbaar aan de staart die de Mantsjoe-overheid van de Qing-dynastie ook voor etnische Chinezen verplichtte (tien jaar later konden zij die afknippen).

een gedicht is het, maar moeilijk voor te dragen

bergen in de herfst

stilletjes trekken wolken

            aan het oog voorbij

aki no yama / shizuka ni kumo no / tōrikeri

vlietende herfst:

tot op de veranda reiken de stralen

            van de neergaande zon

yuku aki ya / en ni sashikomu / hi wa naname

de tsunami trok zich terug,

            hoe ontzagwekkend is het dan:

vroege zomerregen

tsunami satte / ato sasumaji ya / samidare

Waarschijnlijk gedicht naar aanleiding van een tsunami ter hoogte van Sanriku, in noordoost-Japan, in juni 1896.

ziek aangekomen,

            en ziek weer weggegaan: ik

de vogelverschrikker

yande kitari / yande saru ware ni / kakashi kana

vraag het de wind:

waar het eerste, denk je,

            vallen de bladeren?

kaze ni kike / izure ka saki ni / chiru ko no ha

herfstwind!

op weg naar de slacht is

            de kont van een koe

akikaze ya / hofurare ni yuku / ushi no shiri

ver van de wereld

komt mijn hart dan tot rust

            een lentedag

yo no tōki / kokoro hima aru / hinaga kana

ook al regent het,

het is bijna niet te zien: op bloemen

            liggen druppels

furu to shimo / mienu ni hana no / shizuku kana

op het grasveld

in respijt van de hitte

            de droom van een hond

shibakusa ya / kagerō hima o / inu no yume

De hiernavolgende gedichten zijn alle in 1904 geschreven, toen Sōseki experimenteerde met deze terloopse dichtvorm die hij zelf ‘poëzie in de haiku-stijl’ (haitaishi 俳体詩) noemde. Hij liep met deze ‘vrije haiku’ vooruit op de groep rondom Ogiwara Seisensui en Ozaki Hōsai.

de sake smaakt me toch bitter vanavond

sake no aji nigaki ka koyoi

een gedicht is het, maar moeilijk voor te dragen

shi naredomo tonaegatashi

hij tilt zijn kont op en stapt op de fiets

shiri o karagete jitensha ni noru

alleen en naakt steek ik het buitenbad aan

hitori hadaka de suefuro o taku

Een suefuro is een buitenbad in de vorm van een open ton waaronder een houtoven zit om het badwater te verwarmen.

hoe lang is de schaduw van een etend hert!

esa o kuu shika no kage no nagasa yo

in je slaap zal je wel niet dichten

suichū nado te shi nakaran

wanneer Li Bai tegen zijn drankzucht vecht

ri haku no yoi o shinobu toki

Li Bai 李白 (701-762) was een beroemde Chinese dichter, berucht om zijn drankgebruik. Een legende wil dat hij verdronk toen hij in dronkenschap de weerspiegeling van de maan op de Yangtze wilde omarmen.

Natsume Sōseki 夏目漱石 (1867-1916) is in de eerste plaats wereldberoemd in Japan als een van de vaders van de moderne roman. Generaties scholieren lazen en lezen zijn Kokoro (Het hart, ook wel De wegen van het hart, 1914). Zijn portret stond twintig jaar lang (1984-2004) op het bankbiljet van duizend yen (zie afbeelding), het biljet dat in de grootste aantallen het vaakst van eigenaar verwisselt. Minder bekend is dat Sōseki ook een verwoed dichter was. Je zou kunnen stellen dat het schrijven van romans voor hem een dure, programmatische plicht was, die hem fysiek en geestelijk uitputte en vrij snel het graf in hielp, en dat de poëzie hem in die worsteling verlichting schonk.

Van Sōseki zijn ruim 2.500 haiku bewaard gebleven. Hij had grote bewondering voor zijn vriend Masaoka Shiki (1867-1902), die vanaf zijn ziekbed bijna eigenhandig de moderne poëzie vormgaf, en vroeg hem vaak om zijn haiku te beoordelen.

Een andere keer zal ik Sinitische poëzie van Sōseki plaatsen; daarvan schreef hij ook een hoop.